|
|
|
In het jaar 2001 beschreef Patrick Mannens in ons tijdschrift ‘Orchideeën’ nummer 3, in zijn artikelenreeks ‘Niet zo vaak gezien in een collectie’, de orchideeënsoort Strobelia elegans. Hij schrijft daar ondermeer over een nieuwe import die in Nederland binnen gekomen zou zijn met deze uiterst zeldzame soort. Wij hebben toen ook zo’n plantje gekocht, niet omdat het zo zeldzaam was, maar omdat de plantjes er zo raar uitzagen, drie of vier rolronde bulbjes zo groot als een knikker met wat verdorde blaadjes en zelfs een half ontwikkeld bloemtakje. Het zal ongeveer twintig jaar geleden zijn geweest. De zending bestond uit maar weinig plantjes en kwam uit Ecuador. Er zouden dus meerdere liefhebbers zo’n plantje gekocht kunnen hebben en misschien is er wel iemand die nog zo’n plantje in de verzameling heeft en wil reageren op dit artikeltje. Aan de andere kant is twintig jaar een lange tijd. Misschien is het te optimistisch te veronderstellen dat er nog wat van deze plantjes in leven zijn, te meer ook omdat het volgens onze ervaring een moeilijk te cultiveren orchideeënsoort is. Wij hebben evenals Patrick Mannens getracht meer te weten te komen over deze soort via de bestaande literatuur en op het internet, maar de naam Strobelia elegans blijkt niet te bestaan. Ook het zoeken in de eventuele andere geslachten, waarbij je zou kunnen denken Bulbophyllum en Pleurothallis, leverde niets op. Het cultiveren leverde echter wel veel problemen op en we hebben er alles aan gedaan om dit plantje in leven te houden. Er is geen plaats in de kas te bedenken waar het niet gestaan heeft, elk nieuw scheutje dat er bij kwam was weer even snel verdwenen. Uiteindelijk kwamen we er achter hoe we de beste groeiomstandigheden konden benaderen: zo koel mogelijk met veel luchtbeweging en een hoge luchtvochtigheid, zo’n 80 - 90%. De groei en bloei zijn nu goed, zo goed zelfs dat we door deling over meerdere planten beschikken - hoewel de zomer toch wel de moeilijkste periode van het jaar blijft voor deze planten. Op elk bloemtakje van 10 cm ontwikkelt zich één bloem van 3 of 4 cm hoog en 2 cm breed. De bloeitijd valt in het najaar. De bladeren zijn 15 cm lang en zacht van structuur. De geur van de bloem doet denken aan de muffe geur van veel Bulbophyllums. De naam elegans is gezien het uiterlijk van de bloem wel goed gekozen, maar dat er van het geslacht verder niets te achterhalen was, dat hebben we al die twintig jaar voor lief genomen. Tot het moment dat we dit artikeltje naar de redactie van ‘Orchideeën’ mailden. “We gaan natuurlijk geen artikel publiceren over een orchidee waarvan de naam beslist niet klopt,” was de reactie. En dat begreep ik ook wel. Maar de redactie zat niet stil en raadpleegde een Amerikaanse orchideeënkenner met veel verstand van soorten uit Peru en Ecuador, Eric Christenson. Die wist snel de juiste naam te achterhalen: Maxillaria pulla, inderdaad een soort die toch wel redelijk zeldzaam is. Voor zover wij hebben kunnen nagaan wordt deze alleen bij een Duitse firma op het internet aangeboden.
|
|
2010 | © Copyright 2007 Nederlandse Orchideeën Vereniging. | |
[ Web beheer www.connext4you.nl ] |
|||
|
|
|||