
Papua New Guinea is een onafhankelijk land gelegen tussen Australië en de evenaar en is de helft van het op één na grootste eiland ter wereld. Het is een land met in alle opzichten een enorme diversiteit. Er wonen meer dan duizend verschillende stammen met allemaal hun eigen ceremonies. Vele leven in sterk geïsoleerde gebieden waar nauwelijks contact is met de buitenwereld. Zo worden er meer dan 700 verschillende lokale talen op het eiland gesproken.
Ook botanisch gezien is Papua New Guinea een van de meest interessante gebieden ter wereld. Een paar voorbeelden: er zijn ongeveer 3000 soorten orchideeën, meer dan 2000 soorten varens, 300 soorten grassen, 200 soorten rhododendrons (waarvan sommige als epifyt groeien), 270 soorten palmen en meer dan 370 soorten eetbare bananen.
Het eiland Nieuw Guinea is in de afgelopen 15 miljoen jaar gevormd door opdrukken van tektonische platen tussen Australië en de Pacific. Daardoor is er een bergketen ontstaan die tot boven de 4000 meter is opgestuwd. Meer dan 29% van het totale landoppervlak is hoger gelegen dan 1000 meter boven zeeniveau. Het land is hierdoor een van de moeilijkst begaanbare plekken op aarde, vele steile bergketens bepalen het landschap. Papua New Guinea telt meer dan 100 vulkanen waarvan er nog 14 actief zijn.
De hoeveelheid neerslag loopt per gebied sterk uiteen en varieert van 1000 tot 4600 mm per jaar. Extreme uitzonderingen hierop zijn gebieden zoals in de westelijke hooglanden waar de neerslag kan oplopen tot meer dan 6500 mm per jaar (in Nederland valt gemiddeld 760 mm per jaar, en wij klagen altijd over de vele regen).
De vegetatie varieert van mangrove aan het strand, zoetwater moerassen en veenmoerassen, savannen, laagland bos tot montaan bos, alpiene vegetatie, en op de hoogste toppen eeuwige sneeuw. Die grote variatie heeft zich vertaald in een buitengewone rijkdom aan orchideeën.
De eerste expeditie
In januari 2003 vliegen de twee Vogels, Ed de Vogel en Art Vogel, naar Port Moresby. Bij aankomst staat de directeur van de Botanische Tuin in Port Moresby, onze counterpart, ons al op te wachten. Wolfgang Bandisch is een ongelooflijk gedreven man die veel doet aan de kennis verspreiding als het gaat om de orchideeën van Papua New Guinea
(zie ook zijn website, www.orchidspng.com ). De kennismaking met Port Moresby leert ons al snel in wat voor een soort land we zijn terechtgekomen. En dat stelt niet erg gerust. De enorme hoeveelheden prikkeldraad die overal is aangebracht bevestigt het vermoeden dat het hier oppassen is geblazen. Ons (zwaar bewaakte) hotel ligt op 10 minuten rijden vanaf de Botanische Tuin. Elke morgen om 7.45 staat Wolfgang Bandisch klaar om ons op te halen. De Tuin heeft een aardige collectie met orchideeën. Er valt altijd wel iets te fotograferen, en er is ook een bibliotheek en een klein herbarium waar we gebruik van kunnen maken.

We gaan plannen voor veldwerk maken. Dit lijkt een eenvoudige zaak maar dat is hier niet het geval. Wanneer je iets hebt gepland is het altijd de vraag of het op dat moment veilig is om daar naartoe af te reizen. Veelal is dit sterk afhankelijk van de situatie op het moment: zijn er dorpstwisten, of zijn er toevallig verkiezingen die veelal ook aanleiding geven voor strubbelingen? Wolfgang echter weet zijn weg als geen ander, de man woont en werkt al meer dan 30 jaar in PNG, dus kent hij het klappen van de zweep.

De bergen in
Onze eerste trip gaat naar het plaatsje Woitape, gelegen in de Owen Stanley bergketen, op bijna 2000 meter boven zeeniveau. Het is ongeveer 40 minuten vliegen met een Twinotter vanuit Port Moresby.
Op ons ticket staat merkwaardig genoeg geen zitplaats vermeld en evenmin een duidelijke vertrektijd, alleen de dag wanneer gevlogen wordt. Na veel heen en weer bellen wordt ons duidelijk gemaakt om ‘s morgens om 5.30 op
Wij vinden onderdak in een lokale lodge. De eigenaar is ook de man die de in- en uitgaande vluchten regelde dus op lokaal niveau een zeer belangrijk man. Met hem smeedden wij onze plannen voor de komende dagen, want we willen de bergen in. Er wordt proviand geregeld voor onderweg, evenals gidsen en dragers, en niet te vergeten boomklimmers. Dit alles tegen een heel redelijke dagelijkse vergoeding.
In de ochtend om 6 uur op pad want in de middag regent het meestal. De temperatuur op deze hoogte is op het midden van de dag ongeveer 25 graden. De luchtvochtigheid zal tegen de 90% zijn. De eerste twee à drie uur loop je door gecultiveerd land naar de omliggende heuvels die eerst zo dichtbij leken. Je loopt door tuinen met maïs of zoete aardappel. Eindelijk kom je dan in het bos, waarvan de rand nogal uitgedund is, maar waar we al direct de eerste orchideeën zien en verzamelen. Hoe verder we komen, hoe rijker het wordt. Het is een ongelooflijk rijk orchideeëngebied met een grote variatie aan soorten. Het geslacht Bulbophyllum steekt hier qua aantal soorten met kop en schouders boven alle andere geslachten uit. Andere geslachten die we hier zien zijn onder andere Dendrobium, Glomera, Diplocaulobium, Agrostophyllum, Cadetia en Taeniophyllum.


De volgende dag, eveneens om 6 uur in de morgen, op pad, naar dezelfde berg maar nu blijven we halverwege de contouren van de berg lopen. Het lijkt nog soortenrijker dan de eerste dag. Op dag drie gaan we naar de top van de heuvel en lopen dan langs de kam van de berg. Ongelooflijk wat daar een variatie te vinden is. Er groeien zeker 50 soorten Bulbophyllum. Bij terugkomst en het doen van administratie blijkt dat we in drie dagen 600 orchideeën hebben verzameld, een fantastisch resultaat. Hoewel we de meeste planten wel op geslacht hebben kunnen determineren weten we nog niets van de soorten. Daarvoor moeten we eerst de bloemen zien. Dat is iets waarvan we de komende jaren kunnen genieten en naar uitzien in de Leidse Hortus. Telkens wanneer er iets gaat bloeien zorgt dat voor de nodige opwinding, kunnen we foto’s maken, en proberen om de plant op naam te brengen. Uiteindelijk zal dit leiden tot het verkrijgen van steeds meer kennis van de orchideeën van dit fascinerende land.Op dag vier komen onze helpers uit Port Moresby die we meteen met onze lokale helpers het bos in stuurden om te verzamelen. Zelf hadden we nog zoveel administratie te doen dat we daar in de lodge de hele dag mee zoet waren.
Op de heuvel, die ongeveer 400 meter boven de vallei uitsteekt, zijn drie biotopen te onderscheiden: de voet, de flank en de kam. We verzamelen alle verschillende vormen in elk biotoop. Zo hopen wij een redelijk overzicht te verkrijgen van de daar voorkomende orchideeën. In de loop van de namiddag gaat het regenen en keren we terug in de lodge waar ons een berg administratie wacht. Elke plant wordt voorzien van een nummer en genoteerd in het veldboek, zodat we bij latere determinatie precies weten waar het individu verzameld is en onder wat voor omstandigheden. Groeide hij als epifyt, hoog of laag in de boom of groeide hij juist op of in de grond. In een publicatie hoort al dit soort informatie bij de ecologie van elke soort vermeld te worden.


Hoe het verder ging
Tijdens deze eerste expeditie bezoeken we verder het geïsoleerd gelegen dorp Tapini, op circa 1000 meter boven zeeniveau in dezelfde Owen Stanley bergketen. Ook hier vinden we veel soorten, onder andere Dendrobium tapiniensis die genoemd is naar deze vindplaats en nog maar een paar jaar geleden is beschreven. De bloemen zijn spectaculair en blijven enkele weken goed.
Een laatste deel van dit bezoek aan Papua New Guinea gaat naar Lae, samen met Wolfgang Bandisch met zijn vrouw. Daar brengen we een bezoek aan het Nationaal Herbarium en de Botanische Tuin. Daar maken we ook kennis met Neville Howcroft, een bosbouwer die ook al meer dan dertig jaar in dit land werkt en een passie heeft voor orchideeën.Met een gehuurde boot varen we langs de kust naar het zuiden. Hier zien we op de stranden enorme Calophyllum bomen met daarop Dendrobium spectabile en D. macrophyllum. Dit zijn over het algemeen grote planten met forse bloemtakken. In beschutte baaien vinden we mangrove. Die vegetatie is uitgesproken arm aan orchideeën soorten, we vinden alleen Dendrobium viridiflorum. Maar ook deze vegetatie is een onderdeel van het totale verhaal als het gaat om de kennis en inventarisatie van de in PNG voorkomende orchideeën.
Dit alles was nog maar het begin van een fantastisch project dat nu bijna is afgerond en een schat aan gegevens heeft opgeleverd. In het blad ‘Orchideeën’ is hierover in de jaren 2003-2005 uitgebreid gerapporteerd. Dit artikel is een geactualiseerd deel van een groot artikel dat eerder verscheen in ‘Onder het Palmblad’ juni 2004.
het vliegveld te zijn. Daar aangekomen zien we dat er minstens 50 personen staan te wachten om met een vliegtuigje mee te kunnen waar slechts voor zestien personen plaats is. Dat is een probleem. Behalve Ed de Vogel en Art Vogel omvat onze groep ook een tweetal
medewerkers uit de Botanische Tuin die met ons meegaan om als gids te fungeren. Er volgt een soort van strijd wie er mee kan. Door tussenkomst van de secretaresse van de Tuin lukt het de twee Vogels om aan boord te komen, voor de twee medewerkers van de Tuin lukt dat niet. Dat betekent dat zij op z’n vroegst over vier dagen zullen arriveren, want de vluchtfrequentie op dit dorp is nogal laag.
|
|
2011 | © Copyright 2007 Nederlandse Orchideeën Vereniging. |