|
Speurtocht naar Einzelgänger
Mijn bergbloemengenot beperkt zich niet tot orchideeën. Het is slechts een onderdeel daarvan. Ik maak met plezier een wandeling van een paar uur om een plant in volle bloei te bekijken, waar ik eerder de knoppen van heb gezien. Lilium bulbiferum subsp. bulbiferum viel vorig jaar die eer te beurt en ook voor Campanula thyrsoides heb ik me het vuur uit de sloffen gelopen om hem weer te vinden en te fotograferen.
Soms valt je oog dan ineens op een orchidee die toch wel heel schaars schijnt te zijn. Zo verging het mij een paar jaar geleden met Coeloglossum viride. Ik vond hem voor het eerst in het nabijgelegen Kaunertal, daarna in groter aantallen in het Lechtal en nu kom ik hem overal ook tegen in het Oberes Gericht. Nieuw voor dit gebied? Helemaal niet! Ook ik heb er wel eens last van dat ik bepaalde soorten over het hoofd zie. Nu is Coeloglossum viride ook niet een opvallende verschijning en hij staat meestal alleen tussen het gras. Naar mensenmaat gemeten is het niet een meisje dat binnen de kortste keren haar balboekje vol heeft. Schenk deze Assepoestertjes ook eens wat aandacht en bekijk ze eens van dichtbij, dan ontdek je de echte schoonheid: die glimmende lip, die prachtige tinten groen en bruin, de haast vlezige structuur van de bloemen... Laat ik stoppen met het bezingen van de schoonheid van jonkvrouwe Coeloglossum, want mijn vrouw wordt nog jaloers!
Een andere soort met geelwitte bloemen is bekend als Pseudorchis (Leucorhis) albida. Met een gemiddelde hoogte van 20 cm, kleine bloemen en een solitaire groeiwijze is het ook weer een soort die je gauw over het hoofd ziet. Slechts zelden staan er meer dan 3 planten bij elkaar op een vierkante meter. Pseudorchis staat meestal boven de boomgrens, tussen Vaccinium, een enkele Trifolium montanum, grassen en de ondergewaardeerde Veronica aphylla. Op deze hoogte komt ook een klein varentje voor die haast iedereen over het hoofd ziet: Botrychium lunaria of maanvaren. Slechts 10 cm hoog, helemaal groen en verborgen tussen het gras, je moet haast een rechercheuropleiding gevolgd hebben om hem te vinden! Geen bloemen, alleen een groen, geschulpt blaadje, met aan de achterkant wat bruine sporenhoopjes, moet je daar nog woorden aan vuil maken? Ik wel, ik ga zowel voor de onvindbaren, de ballerina’s en de muurbloempjes.
Tussen de honderden Platanthera’s bij het eindstation van de Sunliner staan ieder jaar ook een paar Traunsteinera globosa. Met 15 bloeiende planten op die weide is het wel op. Het is een soort die in die omgeving dus echt niet algemeen is. Toen ik vorig jaar met mijn reisgezelschap op zoek was naar Traunsteinera ontdekte ik ineens een soort die ik hier helemaal niet had verwacht: Ophrys insectifera! Intensief speuren bracht het totaal bloeiende exemplaren op een pover vijftal. Maar toch… als je die soort verscheidene jaren niet hebt gezien, geeft het toch wel een kick om hem in volle bloei te vinden!
De laatste Einzelganger: Aangebrande orchis of Neotinea (Orchis) ustulata. Ik vind het een schitterend orchideetje en ik heb hem nog nooit in grote aantallen gevonden. Vaak zijn er jaren dat ik niets vind. De laatste jaren is de oogst weer wat beter. Er zijn tientallen weiden waar hij schittert van afwezigheid, maar tot mijn grote vreugde kon ik mijn reisgenoten vorig jaar trakteren op een weitje waar misschien wel dertig exemplaren in volle bloei stonden. Aangebrande orchis, hij doet zijn naam eer aan met zijn bruine top.
Een buitenbeentje
In dat kortgrazige weitje met Gymnadenia (Nigritella) rhellicani en Gymnadenia conopsea vond ik een plant waarvan ik het geslacht niet thuis kan brengen. Het is ontegenzeggelijk een orchidee, maar welke? Hij wordt ongeveer 25 cm hoog, heeft een slanke aar en donkere, haast eenkleurige, bloemen. Ik houd het er op dat het een kruising is tussen deze twee soorten. Maar als iemand anders me meer over deze plant kan vertellen, dan treft hij een gewillig oor!
Bosspeurtocht
In de bossen is de rijkdom aan kruidachtige gewassen veel minder dan in de weiden en boven de boomgrens. De planten in het bos moeten helemaal aangepast zijn aan de totaal andere lichtomstandigheden. Juist daar geeft het heel veel voldoening om soorten te vinden die niet echt algemeen zijn. Het is belangrijk bij het zoeken van bepaalde soorten je niet alleen te fixeren op de soort zelf, maar vooral ook op de biotoop en de begeleidende planten. Vindt u in het bos bijvoorbeeld veel Moneses uniflora dan is de kans aanwezig dat er daar ook Linnaea borealis en Neottia (Listera) cordata staan. Deze laatste is een heel klein orchideetje dat meestal op de met naalden bedekte bosbodem groeit, twee kleine tegenover elkaar staande blaadjes heeft een stengeltje van hooguit 15 centimeter waaraan kleine bruinige bloemetjes zitten. Dit plantje heeft het verstoppertje spelen haast tot
|