Statuten & 
Huishoudelijk Reglement
    Daar waar 's winters de skiërs glijden
Tentoonstellingen
NOV vraagbaak New Orchideeën Foto Gallery

 

kopwinter

Naar Oostenrijk ga je op wintersport. In de zomer zoek je avontuurlijker gebieden. Dat brave, nette Oostenrijk is dan not done! Je zomervakantie in Oostenrijk doorbrengen en daarover ook nog durven schrijven in ‘Orchideeën’ - ben je dan niet meer van deze tijd, of hoe zit dat? Behalve een paar reisuitspattingen in China, waarover ik al eerder schreef, ben ik een heel brave Oostenrijkganger. Heel saai volgens velen, het ultieme vakantiegebied volgens mij. Ga mee en geniet!

Waar gaan we heen?

Het gebied waar we al jaren naartoe gaan is het Tiroler Oberland. De Inn is hier nog een smalle rivier, die echter in regenrijke perioden tot een woeste, alles vernietigende stroom kan uitgroeien zoals de mensen in augustus 2005 weer eens ondervonden hebben. Een zijdal is het Kaunertal waar je met de auto tot 2750 m hoog kunt komen en waar de sneeuw ook in de zomer bijna vanuit de auto aan te raken is. Het Oberes Gericht is het gedeelte waar de dorpen Fiss, Serfaus en Ladis liggen. Het gebied heeft zijn naam te danken aan de rechtspraak die hier vroeger plaatsvond. Het is een hooggelegen plateau dat via een weg met tien haarspeldbochten wordt bereikt. Het Oberes Gericht staat bekend om zijn vele uren zon en om zijn uitstekende wintersportfaciliteiten. De dorpen hebben nog Retoromaanse trekken, maar als toerist moet je daar wel eerst op gewezen worden. Haast weggestopt tussen de luxueuze nieuwbouw vind je nog wat oude huizen en boerderijen die volgens kenners verwijzen naar de tijd van de Retoromanen.

Orchideeënweiden

Eind juni en begin juli is de beste tijd voor zowel de orchideeën als de vele andere planten. De weiden zien bont van de bloemen. Mensen die voor het eerst deze streek bezoeken, kunnen hun blik haast niet fixeren op de afzonderlijke soorten en missen daardoor veel.

Dactylorhiza majalis is heel algemeen en is een echte signaalplant voor wat nattere plekken. Dat hoeft niet altijd een moerasje te zijn, vaak is het ook een hellend terrein waar water over de grond zich een weg zoekt naar een beekje. Een enkele keer staan er planten tussen die de als maximum aangegeven hoogte van 50 cm halen, vaak zijn ze korter. De bloemen zijn meestal vrij uniform van kleur; één keer vond ik een plant met gedeeltelijk witte bloemen.

Op drogere hellingen kan het hier en daar helemaal vol staan met Gymnadenia conopsea, maar Gymnadenia odoratissima vind je bijna niet. Wel staan er regelmatig planten tussen die wat groter blad en een wat slankere groeiwijze hebben dan de gewone soort. Deze planten bloeien ook iets later en lijken ook iets donkerder van kleur. In de mij ter beschikking staande literatuur wordt echter geen andere variëteit vermeld.

Maar het zijn niet alleen orchideeën waar we voor vallen. Sommige jaren staat Veratrum album, een door de boeren gehate, giftige plant, volop in bloei en dan zie je pas hoe variabel die soort kan zijn. Er zijn ook jaren dat er slechts een enkele plant tot bloei komt. Een andere hoge vaste plant is Stemmacantha rhapontica subsp. rhapontica. Hij doet niet onder voor de toppers in de border, maar als tuinplant heb ik er tot nu toe niet veel succes mee gehad. Arnica staat overal en zie je eens een wel heel grote Arnica, dan blijkt dat Hypochoeris uniflora of eenbloemig biggekruid te zijn. De echt unieke vondst was vorig jaar een witbloeiende Centaurea pseudophrygia. Je voelt je dan een jager op groot wild. Er vallen tijdens deze jacht geen doden, maar je gaat wel met veel trofeeën in de vorm van foto’s naar huis.

.

foto113
foto213
foto312
foto411
foto509
foto606

Ja, en dan komen we bij een soort waar een reisgenoot een paar jaar geleden bijna van ging hyperventileren! Opeens zagen we toen zomaar een veld met een paar honderd Platanthera bifolia, geurend en wel en dat midden op de dag. Nou, afgelopen jaar zou hij een paar uur van de wereld zijn geweest, want toen zag ik verschillende hooilanden met Platanthera’s mannetje aan mannetje. Ze staan vaak samen met Gymnadenia op redelijke droge en naar de zon gerichte hellingen op een hoogte van 1700-1950 m. De grootste concentratie stond vorig jaar op een steenworp afstand van het eindstation van de Sunliner, een kabelbaan van Serfaus naar 1900 m. Veel variatie is er niet in de planten. Op de beste groeiplaatsen zijn ze wat hoger en voller, maar in kleur is er geen verschil.

Een soort die bijna iedere niet-orchideeënkenner over het hoofd ziet, is Neottia (Listera) ovata. Toch staat deze keverorchis er bij duizenden en als je de mensen er op attent gemaakt hebt, gaat deze soort ook voor ze spreken. Deze keverorchis is heel variabel in hoogte. Op arme plekken zijn ze hooguit 20 cm en op de ideale plekken zijn ze meer dan 50 cm. Ze staan in de droge zonnige weiden tussen het gras, in bermen en vaak ook op beschaduwde plekken tussen struiken. Met zijn geelgroene, relatief kleine bloemen is het niet een aandachttrekker.

Van de Keverorchis naar de Vanille-orchis is daar niet zo’n grote stap. Een paar jaar geleden in het nabijgelegen Paznauntal, was ik al blij als ik er drie bij elkaar op een vierkante meter zag. Maar boven Fiss zijn plekken waar er zoveel staan, dat je ze haast

foto705

met je neus kunt vinden, zo geurt het daar naar vanille. Deze Gymnadenia (Nigritella) rhellicani staat meestal op droge weiden met kort gras. Het zijn vaak de weiden die de laagste opbrengst geven en daarom pas laat worden gemaaid.

De bovengenoemde soorten vormen samen het orchideeëngeweld in het Oberes Gericht. Naar mijn mening moet zelfs de leek wel zien dat het hier barst van de orchideeën, maar als een geïnteresseerde wandelaar je dan vraagt wat je aan het fotograferen bent en je vertelt dat het een orchidee is, dan willen ze dat eigenlijk niet eens geloven. Daarom: er is nog veel te onderwijzen en te leren!

 

foto805
foto905

Speurtocht naar Einzelgänger

Mijn bergbloemengenot beperkt zich niet tot orchideeën. Het is slechts een onderdeel daarvan. Ik maak met plezier een wandeling van een paar uur om een plant in volle bloei te bekijken, waar ik eerder de knoppen van heb gezien. Lilium bulbiferum subsp. bulbiferum viel vorig jaar die eer te beurt en ook voor Campanula thyrsoides heb ik me het vuur uit de sloffen gelopen om hem weer te vinden en te fotograferen.

Soms valt je oog dan ineens op een orchidee die toch wel heel schaars schijnt te zijn. Zo verging het mij een paar jaar geleden met Coeloglossum viride. Ik vond hem voor het eerst in het nabijgelegen Kaunertal, daarna in groter aantallen in het Lechtal en nu kom ik hem overal ook tegen in het Oberes Gericht. Nieuw voor dit gebied? Helemaal niet! Ook ik heb er wel eens last van dat ik bepaalde soorten over het hoofd zie. Nu is Coeloglossum viride ook niet een opvallende verschijning en hij staat meestal alleen tussen het gras. Naar mensenmaat gemeten is het niet een meisje dat binnen de kortste keren haar balboekje vol heeft. Schenk deze Assepoestertjes ook eens wat aandacht en bekijk ze eens van dichtbij, dan ontdek je de echte schoonheid: die glimmende lip, die prachtige tinten groen en bruin, de haast vlezige structuur van de bloemen... Laat ik stoppen met het bezingen van de schoonheid van jonkvrouwe Coeloglossum, want mijn vrouw wordt nog jaloers!

Een andere soort met geelwitte bloemen is bekend als Pseudorchis (Leucorhis) albida. Met een gemiddelde hoogte van 20 cm, kleine bloemen en een solitaire groeiwijze is het ook weer een soort die je gauw over het hoofd ziet. Slechts zelden staan er meer dan 3 planten bij elkaar op een vierkante meter. Pseudorchis staat meestal boven de boomgrens, tussen Vaccinium, een enkele Trifolium montanum, grassen en de ondergewaardeerde Veronica aphylla. Op deze hoogte komt ook een klein varentje voor die haast iedereen over het hoofd ziet: Botrychium lunaria of maanvaren. Slechts 10 cm hoog, helemaal groen en verborgen tussen het gras, je moet haast een rechercheuropleiding gevolgd hebben om hem te vinden! Geen bloemen, alleen een groen, geschulpt blaadje, met aan de achterkant wat bruine sporenhoopjes, moet je daar nog woorden aan vuil maken? Ik wel, ik ga zowel voor de onvindbaren, de ballerina’s en de muurbloempjes.

Tussen de honderden Platanthera’s bij het eindstation van de Sunliner staan ieder jaar ook een paar Traunsteinera globosa. Met 15 bloeiende planten op die weide is het wel op. Het is een soort die in die omgeving dus echt niet algemeen is. Toen ik vorig jaar met mijn reisgezelschap op zoek was naar Traunsteinera ontdekte ik ineens een soort die ik hier helemaal niet had verwacht: Ophrys insectifera! Intensief speuren bracht het totaal bloeiende exemplaren op een pover vijftal. Maar toch… als je die soort verscheidene jaren niet hebt gezien, geeft het toch wel een kick om hem in volle bloei te vinden!

De laatste Einzelganger: Aangebrande orchis of Neotinea (Orchis) ustulata. Ik vind het een schitterend orchideetje en ik heb hem nog nooit in grote aantallen gevonden. Vaak zijn er jaren dat ik niets vind. De laatste jaren is de oogst weer wat beter. Er zijn tientallen weiden waar hij schittert van afwezigheid, maar tot mijn grote vreugde kon ik mijn reisgenoten vorig jaar trakteren op een weitje waar misschien wel dertig exemplaren in volle bloei stonden. Aangebrande orchis, hij doet zijn naam eer aan met zijn bruine top.

Een buitenbeentje

In dat kortgrazige weitje met Gymnadenia (Nigritella) rhellicani en Gymnadenia conopsea vond ik een plant waarvan ik het geslacht niet thuis kan brengen. Het is ontegenzeggelijk een orchidee, maar welke? Hij wordt ongeveer 25 cm hoog, heeft een slanke aar en donkere, haast eenkleurige, bloemen. Ik houd het er op dat het een kruising is tussen deze twee soorten. Maar als iemand anders me meer over deze plant kan vertellen, dan treft hij een gewillig oor!

Bosspeurtocht

In de bossen is de rijkdom aan kruidachtige gewassen veel minder dan in de weiden en boven de boomgrens. De planten in het bos moeten helemaal aangepast zijn aan de totaal andere lichtomstandigheden. Juist daar geeft het heel veel voldoening om soorten te vinden die niet echt algemeen zijn. Het is belangrijk bij het zoeken van bepaalde soorten je niet alleen te fixeren op de soort zelf, maar vooral ook op de biotoop en de begeleidende planten. Vindt u in het bos bijvoorbeeld veel Moneses uniflora dan is de kans aanwezig dat er daar ook Linnaea borealis en Neottia (Listera) cordata staan. Deze laatste is een heel klein orchideetje dat meestal op de met naalden bedekte bosbodem groeit, twee kleine tegenover elkaar staande blaadjes heeft een stengeltje van hooguit 15 centimeter waaraan kleine bruinige bloemetjes zitten. Dit plantje heeft het verstoppertje spelen haast tot

foto1004
foto1104
foto1203

kunst verheven. Ik heb al meerdere malen de medereizigers haast met de neus op dit plantje moeten drukken voor ze het zagen. Hebt u na enig zoeken bovengenoemde soorten gevonden, ga dan nog even door en probeer Corallorhiza trifida te vinden. Dit orchideetje heeft zelfs geen bladeren waar je hem aan kunt herkennen. Het is een saprofyt die schimmels nodig heeft voor zijn voedselvoorziening en alleen een stengel van 10-15 cm heeft met daaraan onopvallende bleke bloemen. Zeldzaam is hij niet, maar eerder moeilijk vindbaar.

Een laatste soort die ik wil noemen is Neottia nidus-avis. Er zijn geen algemene aanwijzingen te geven waar u op moet letten om deze aparte soort te vinden. Soms staat hij in de schaduw, soms ook staat hij op een helling langs een bospad waar hij toch de halve dag in de zon kan staan. Begeleidende planten uit eenzelfde biotoop zijn er bij mijn weten ook niet. Het ene jaar staan er wel tien forse exemplaren bij elkaar, het volgende jaar staat er niets of slechts een minkukeltje. Het vinden is gewoon een toevalstreffer. Breng het jachtgereedschap in stelling en schiet de nodige plaatjes: groepsfoto, portret, plant in het landschap, in kikvorsperspectief en van bovenaf. U kunt met het bekijken en uitzoeken van de foto’s avonden lang nagenieten

foto1302

2010 | © Copyright 2007 Nederlandse Orchideeën Vereniging. | 

[ Web beheer www.connext4you.nl ]