|
Om in de enorme coca-consumptie van de Bolivianen te voorzien worden hele stukken van de Yunga’s ontdaan van alle bossen om de aanplant van Erythroxylum coca mogelijk te maken. Het kauwen van coca is een traditioneel gebruik van de Quechua- en Aymara-indianen die nog steeds het grootste deel van de bevolking uitmaken van Bolivia. Ook de huidige president, Evo Morales, is een Aymara-indiaan, die voordat hij president werd vakbondsleider was van de cocaboeren.
Het blad van de coca bevat veel vitamine C en ijzer en helpt uitstekend tegen hoogteziekte doordat het de doorstroom van bloed en de opname van zuurstof bevordert. Hoewel cocaïne uit het cocablad gewonnen wordt, is de concentratie aan werkzame stoffen in het blad zo laag dat je een enorme hoeveelheid nodig hebt voor een beetje cocaïne. Het kauwen van coca is daardoor relatief onschuldig en meer te vergelijken met het gebruik van koffie.
De jungle in De zuidelijke Yunga’s worden in de Boliviaanse winter regelmatig geteisterd door harde koude winden die vanaf de zuidpool vrij spel hebben over de vlakke Argentijnse pampa’s en langs de berghellingen schampen, de Surazo. Binnen een halve dag kan de temperatuur dalen van 25 graden naar 10 of als je wat hoger komt, vanaf 2000 meter zelfs tot het vriespunt. Wij hielden indertijd altijd de windrichting in de gaten. Draaide de wind naar het zuiden dan werden de dikke truien te voorschijn gehaald en maakten we ons op voor een paar dagen koukleumen.
De noordelijke Yunga’s worden door de noordwestelijke looprichting voor deze snelle temperatuurschommelingen bespaard, maar er valt weer wel meer regen omdat wolken daar niet wegwaaien door de Surazo. Ongeveer op de plek waar de zuidelijke Yunga’s overgaan in de noordelijke, ligt op 2000 meter hoogte het dorpje Samaipata. De vertaling van het Quechua woord Samaipata is letterlijk ‘Hoogte om uit te rusten’. Een ideale uitvalsbasis dus om het gebied te verkennen. Vanuit Santa Cruz de la Sierra, de tweede stad van het land, en de grootste stad in het laagland is het ongeveer twee uur rijden naar Samaipata.
Langs de zandwegen (vanaf Samaipata houden de asfaltwegen zo’n beetje op) kun je heerlijk wandelen en paardrijden en je komt onderweg veel Epidendrum secundum en Stenorrhynchos lanceolata, twee algemene aardorchideetjes, regelmatig in de wegberm tegen. Wellicht ziet u onderweg ook nog een condor over zweven.
Een zeer interessante excursie om te doen vanuit Samaipata is ‘El Fuerte’ - Het Fort. Dit is een fort dat op een uitstekende rotspunt is gebouwd om de vallei richting het oosten te overzien. Het zou de meest oostelijke post van de Inca’s zijn geweest, om hun rijk te beschermen tegen aanvallen van stammen uit het laagland. Later is dit fort door de Spanjaarden in gebruik genomen, juist om het laagland te veroveren. In de jungle eromheen kun je een aantal interessante orchideeën vinden, waaronder de aardorchidee Govenia sp., haast niet herkenbaar als een orchidee, met zijn kleine bloemen en palmachtige bladeren. Ook treft u daar Pleurothallis aurantio-lateritia aan, wat mij betreft behoort deze laatste tot de orchideeën met een van de wonderlijkste bloemen uit het orchideeënrijk. De planten die ik vond groeiden op een tak boven een stromend riviertje; op dezelfde tak vond ik ook nog een bloeiend exemplaar van Pleurothallis boliviana en nog een andere pleurothallis-achtige die tot op heden nog niet gedetermineerd is. Het interessante aan het vinden van deze soorten naast elkaar op dezelfde tak is dat P. aurantio-lateritia een plantje is met als verspreidingsgebied de zuidelijke Yunga’s terwijl P. boliviana juist de noordelijke Yunga’s prefereert. Beide soorten treffen elkaar hier op de uiterste grens van hun verspreidingsgebied, wat maar weer de ecologische waarde van dit overgangsgebied bevestigt.
|