Statuten & 
Huishoudelijk Reglement
    Masdevallia nidifica daar ... en hier
Tentoonstellingen
NOV vraagbaak New Orchideeën Foto Gallery

 

Een kwart eeuw geleden alweer hebben mijn vrouw en ik enkele maanden doorgebracht in Costa Rica, in een soort van gecombineerde studiereis-vakantie. Een jaar of tien later deden we dat in vier weken nog eens dunnetjes over. Over die reizen hebben we natuurlijk het nodige verteld aan onze kinderen en nu die er aan toe waren om ook eens een dergelijke reis te maken hebben we ze meegenomen voor een vierweekse reis door dat land, op zoek naar die apen, gifkikkers, krokodillen en natuurlijk ook orchideeën waarover we ze zo vaak hebben verteld.

Hekpaaltjes
Op de laatste dag van onze reis door Costa Rica reden we door een gebied dat 'nevelwoud' zou moeten zijn. Volgens de kaart dan. In werkelijkheid bleek de hoofdweg van Fortuna naar Alajuella door heuvels met weiden te lopen. Een zijweggetje inslaan hielp niet echt. Kilometers verder reden we nog in de tropenzon tussen weiden. De auto gekeerd en even gestopt bij een enkele boom. Tja, Costa Rica zou Costa Rica niet zijn als niet ook daar, op de hekpaaltjes van het weiland een rijke epifytenflora groeide. Door de zon en de wind leek het er een droge boel waar je eerder cactussen zou verwachten. Maar nee, de palen stonden vol varens, bloeiende vleesetende planten van de soort Utricularia alpina en zowaar de nodige orchideeën. Gek genoeg nauwelijks van die droogte bestendige typen met knollen, maar Pleurothallis, Stelis en verwanten. Gewoon goed kijken kan zelfs op zulke onwaarschijnlijke plaatsen verrassingen opleveren. Een van de hekpaaltjes gaf steun aan twee Masdevalliasoorten: Masdevallia chontalensis en eentje die ik wel kende: Masdevallia nidifica. Op het eerste gezicht leek het een uiterst onwaarschijnlijke vindplaats. De paal was kurkdroog en de plantjes stonden op de wind en in de zon. Nu niet bepaald het soort van omstandigheden die je meteen te binnen schieten als je aan 'Masdevallia's kweken' denkt.

Daar en hier
Natuurlijk was onze ontmoeting maar een momentopname. Elke nacht druipt het daar van de mist, die tegen de bergen op stroomt en tegen alles condenseert. In de ochtend zijn de plantjes vast en zeker drijfnat, hoe kurkdroog ze later op de dag ook worden. En met een zonnige dag hadden we een beetje geluk, want het grootste deel van de vakantie hebben we ergens op de dag een regenbui op ons dak gekregen. Maar goed, oppervlakkig gezien dus niet de plaats voor Masdevallia's.Dat is natuurlijk wel aan de planten te zien. Erg opvallend zijn ze niet. Ik heb de bloemen ook een paar keer over het hoofd gezien. De witte M. chontalensis trok nog het meest de belangstelling en pas nadat ik die gevonden had en nog eens beter ging kijken vond ik de M. nidifica. Bij nader inzien groeiden de Masdevallia's overal, in kleine plukjes van vijf, zeven blaadjes en een paar bloemetjes. De blaadjes waren donkergroen, roodgerand en hard, geen vergelijk met de blaadjes van de kasplanten die ik later tegenkwam. Dat was onder andere op de tentoonstelling ter gelegenheid van het vijftig jarig bestaan van de firma Wubben. Daar stond tussen de honderden andere prachtige bloemen ook een Masdevallia nidifica te bloeien. En hoe anders, frisgroen en fleurig, zagen deze er uit – zie de rechter foto in de kop van dit artikel..

Herkomst en cultuur
Masdevallia nidifica kent als nieuw, door Carlyle Luer bedacht synoniem Buccella nidifica. ‘Nidifica’ betekent zo veel als nestvormig, naar de groeiwijze. Eerlijk gezegd doen de plantjes in de natuur, met hun paar blaadjes, me niet echt aan vogelnestjes denken, of het moet een duivennest zijn. Masdevallia nidifica kent een aantal verschillende vormen, de soort heeft een behoorlijk groot verspreidingsgebied dat van Nicaragua tot in Peru doorloopt. Daar en in Ecuador zijn de planten, ingedeeld als de vorm 'ventricosa' iets groter dan de Costa-Ricaanse plantjes. Er is een lichtere vorm met de naam 'alba'. Een meer donker, voornamelijk uit Midden-Amerika afkomstig type heet 'alexandrae'. De plantjes die wij vonden lijken het meest op die van het type 'alba'. Er is behalve in kleur ook variatie in de lengte van de staartjes, ook bij dezelfde plant. Opvallend voor deze soort en enkele verwante soorten zijn de 'vleugeltjes' op het vruchtbeginsel. De planten zijn afkomstig van hoogten tussen 600 en 2000 meter van nevelige bossen op winderige hellingen. Dat winderige schijnt nogal van belang te zijn. Ze zijn niet zo heel kieskeurig in de temperaturen waarbij ze groeien. Aanbevolen wordt ze gematigd tot koel te kweken, maar ook in een warmere omgeving lukt het wel, als de planten maar voldoende nachtelijke afkoeling krijgen. De planten groeien het best opgebonden op een stukje kurk of varenwortel, maar ook wel in een potje met een luchtig epifytenmengsel met extra veenmos er in. Onder de juiste omstandigheden bloeien de plantjes meerdere keren per jaar, maar met name in de herfst en winter. Een rustperiode hebben ze niet. Gezien het formaat, de plantjes worden een centimeter of zes hoog, kunnen we spreken van mini-orchideetjes

2010 | © Copyright 2007 Nederlandse Orchideeën Vereniging. | 

[ Web beheer www.connext4you.nl ]