|
bloem of bloemtros. De conclusie lag voor de hand: iets verkeerd gedaan! Maar wat?
Op een kringavond in de herfst, meer dan een jaar na de aankoop werden Prosthechea vitellina planten te koop aangeboden. Naar aanleiding van de vraag van de aspirant-koper of de plant geschikt was voor de huiskamer, luidde de boodschap: “Niet geschikt.” Daarop vroeg ik: “Waarom niet?” Het antwoord luidde: “Eenvoudig, deze plant moet koud staan, veel licht hebben, vooral in de winter en ook nog droog gehouden worden.” Deze instructies heb ik naar beste kunnen uitgevoerd. De zomer daarop heeft de plant buiten gestaan op het noorden waar alleen wat ochtendzon kan komen. Aan het eind van de zomer werd een bloemtak met daarop ca. 13 bloemen zichtbaar. De plant kreeg op de onderlinge tentoonstelling dat najaar een tweede prijs.
Na de bloei kreeg de plant weer een plaatsje op de vensterbank van onze koele hal op het westen, waar hij 1 à 2 keer per week licht geneveld werd. De maximum temperatuur bedroeg 15°C en de minimum temperatuur ca. 3°C. De winterse vorstperiode heeft waarschijnlijk iets te lang geduurd met lagere temperaturen dan de winter ervoor zodat er in het voorjaar een bulbe ontwikkeld was met maar een klein bloemtrosje. De plant had echter mede door op tijd verpotten zoveel energie dat de zomer daarop twee kanjers van bulben met ‘spatten’ werden geproduceerd. De zomer was warm geweest, dus van de aanzet van bloemknoppen was nog niets te zien.
Bij de eerste nachtvorst heb ik hem binnengehaald en een plaatsje gegeven voor het raam van ons onverwarmde kippenhok omdat ons huis een grote opknapbeurt kreeg. Er werden nieuwe kozijnen, ramen en deuren met dubbel glas geplaatst en de winterschilder heeft zich uit kunnen leven. Eén en ander betekende wel dat mijn planten slechte tijden beleefden. De winter was gelukkig erg zacht zodat de Prosthechea vitellina niet belemmerd werd in de vorming van bloemknoppen in de zomerse lege spatten. Op de twee jongste bulben verschenen takken met 15 grote bloemen. De eerste bloem ging begin januari open, waarop er iedere dag een nieuwe volgde. Half mei vielen de eerste uitgebloeide bloemen af en eind mei de laatste. Ondertussen werden echter weer twee nieuwe bulben aangemaakt.
De plant staat nu zonder schotel weer buiten op een ‘etage’ achter de muur zodat hij na een regenbui niet te lang nat blijft. Uiteraard krijgt de plant wel mest, maar door het inspelen op het weer enigszins onregelmatig. Aan de ontwikkeling van de jonge bulben is te zien dat dit geen bezwaar lijkt te zijn.
Het leek mij leuk mijn ervaringen eens op te schrijven en om zo ook anderen er deelgenoot van te maken. Mijn plant en ik gaan voorlopig rustig door en doen ons best waarbij ik wel moet toegeven dat inspanningen met andere planten niet altijd zo succesvol verlopen en soms zelfs zo slecht dat ze helaas het loodje leggen.
Titia Voogt-Sporry
|