kopartikel

Inleiding

Ze zijn gelukkig nog altijd te vinden, de wilde orchideeën in Nederland. Maar dik gezaaid zijn ze bepaald niet. Ook de soortenrijkdom is beperkt. Dat is ondermeer af te leiden uit de Rode Lijst van de Nederlandse Orchideeënsoorten. Kreutz en Dekker hebben daar in hun boek ‘De Orchideeën van Nederland’ (2000) nog een ‘update’ van gemaakt. Nemen we die lijst voor juist aan, dan komen er in Nederland nog 38 orchideeënsoorten voor. Elf daarvan waren al eerder verdwenen. Nu klinkt 38 soorten nog niet zo slecht, maar onder die 38 zijn veel ‘bedreigde’ tot ‘sterk bedreigde’ soorten, die slechts heel beperkt voorkomen in aantal en in verspreiding. Trekken we die soorten nog eens af van de 38, dan blijven er, schrikt u niet, slechts tien soorten over die ‘niet bedreigd’ zijn. Maar daarmee is deze wat sombere beschouwing nog niet ten einde. De fraaie verspreidingskaartjes in het boek van Kreutz en Dekker tonen nog eens aan dat soorten als Anacamptis pyramidalis (Hondskruid), Dactylorhiza maculata var. podesta (Gevlekte duinorchis), Dactylorhiza fuchsii (Bosorchis) en Ophrys apifera a

(Bijenorchis), alle vier behorend tot de tien ‘niet bedreigde’ soorten, maar een uiterst klein verspreidingsgebied hebben. Van de overige zes soorten kun je zeggen dat die nog redelijk veelvuldig voorkomen. Ze stellen natuurlijk wel ieder specifieke eisen aan hun groeiomgeving en komen dus niet overal voor. Zo groeit Dactylorhiza praetermissa (Rietorchis) vooral in de natte gebieden van Nederland en moeten we Epipactis helleborine (Brede wespenorchis) en Dactylorhiza maculata (Gevlekte orchis) beslist niet in de laag gelegen kleigronden zoeken. Het moge na het voorgaande duidelijk zijn dat we op onze Nederlandse orchideeën zuinig moeten zijn. Erg zuinig.

Dactylorhiza incarnata, omgeving Horsmeren, Texel, 13 juni 2005In dit artikel stel ik twee soorten wat nader aan u voor: Dactylorhiza incarnata en Dactylorhiza maculata. Niet omdat ze zo zeldzaam zijn, in tegendeel, maar omdat u deze prachtige en wat mij betreft fotogenieke soorten met een beetje geluk zelf ook tegen kunt komen. En als dat dan ook nog in grote aantallen is, dan bevindt u zich in een stukje wonderschone natuur.

 

Dactylorhiza incarnata (Vleeskleurige orchis)

Dactylorhiza incarnata, omgeving Horsmeren, Texel, 13 juni 2005De Vleeskleurige orchis is een soort die de kwalificatie ‘bedreigd’ heeft in de Rode Lijst. Het is een soort die thuis hoort in wat vochtige gebieden, zoals duinvalleien, rietlanden en blauwgraslanden. De Waddeneilanden, de westkoppen van Voorne, Goeree en Schouwen en Noordwest Overijssel zijn dan de gebieden waar men een goede kans maakt om de Vleeskleurige orchis in de maand juni te vinden. Een hoge pH-waarde – meestal het gevolg van een kalkrijke bodem – is een essentiële voorwaarde voor zijn groeiplaats. Overigens beperken de vindplaatsen zich niet tot Nederland. D. incarnata komt eigenlijk in heel Europa wel voor, al zult u hem te vergeefs zoeken in de typisch mediterrane streken.

Op een goede groeiplaats groeit D. incarnata uit tot forse planten van meer dan 50 cm hoogte en met een fraaie volle bloeiwijze. De bloemen zelf zijn licht roze van kleur, hebben een zwak drielobbige lip en een fijn getekend donkerder gekleurd honingmerk op de lip. Naar de top zijn de pas geopende bloemen wat donkerder van kleur. De bloemen zelf zijn relatief klein, een indruk die nog eens versterkt wordt doordat de zijlobben vaak naar achteren zijn gebogen.

De bladen zijn fors en effen groen. De bruingroene schutblaadjes zijn duidelijk zichtbaar aanwezig in de bloeiwijze en steken deels daar buiten uit.

Fraaie exemplaren en in grote aantallen vond ik onder andere op diverse plaatsen op het waddeneiland Texel. D. incarnata groeit daar veelvuldig in gezelschap van Liparis loeselii (Groenknolorchis), een klein orchideetje met licht groengele bloemetjes. Ook de iets later bloeiende Epipactis palustris (Moeraswespenorchis) is daar vaak in de directe omgeving te vinden. Het is me overigens opgevallen hoe vaak D. incarnata en Liparis loeselii voorkomen op korte, niet steile hellinkjes in het terrein. Overgangsgebiedjes dus waar sprake is van een gradiënt, maar vaak met een hoogteverschil van slechts 10-20 cm.

 

Dactylorhiza maculata (Gevlekte orchis)

Dactylorhiza maculata subsp. maculata, omgeving Zwillbrocker Ven, 23 juni 2006De Gevlekte orchis is een van de meest voorkomende orchideeënsoorten in ons land. Het verspreidingsgebied is behoorlijk groot al is ook deze soort niet gevrijwaard van enige achteruitgang. Het is geen liefhebber van kleigronden of natte veengebieden en komt daarom in de provincies Groningen, Friesland, Noord- en Zuid-Holland nauwelijks voor. In de overige delen van Nederland en dan met name in de provincie Drente, in Twente, Achterhoek en Veluwe en de provincies Noord-Brabant en Limburg voelt D. maculata zich prima thuis. Maar… je moet de plekjes wel weten. Beekdalen en sommige natuurbeschermingsgebieden met een uitgekiend maairegiem zijn favoriete plekken. En dan staan ze er vaak ook massaal. Schitterend!

De soort kan onder gunstige omstandigheden uitgroeien tot forse planten van wel 50 à 60 cm hoog en een bloeiwijze die tot 20 cm lang kan zijn. De kleurvariatie is groot: een rozeachtige kleur zal in het algemeen domineren, maar daaromheen tref je ook een heel gamma van andere kleuren aan, van donker paars tot vrijwel wit. Het honingmerk is wel steeds paars van kleur, maar neemt naar het lichter worden van de bloemen in duidelijkheid af zodat er bij de nagenoeg witte exemplaren alleen kleine paarse puntjes resteren. De lip is breed en drielobbig, waarbij de middenlob nauwelijks langer is dan de beide zijlobben. De bladeren van de Gevlekte orchis, het hoeft nauwelijks gezegd te worden, zijn gevlekt, al tref je van tijd tot tijd ook wel eens een exemplaar aan met ongevlekte bladeren.

De variabele verschijningsvorm heeft er toe geleid dat binnen D. maculata enkele ondersoorten worden onderscheiden. De stamsoort heet dan D. maculata subsp. maculata, maar daarnaast worden wel onderscheiden de ondersoorten ericetorum (Heideorchis), elodes (Tengere heideorchis) en fuchsii (Bosorchis). Deze laatste wordt tegenwoordig algemeen als een zelfstandige soort beschouwd, dus Dactylorhiza fuchsii. Deze is niet altijd even gemakkelijk van D. maculata te onderscheiden. D. fuchsii heeft veelal een middenlob die puntig is en langer dan de beide zijlobben. Bij D. maculata is dat niet het geval. Dit is voor mij nog altijd het meest duidelijke, maar niet waterdichte onderscheid tussen de beide soorten. Niet waterdicht, omdat er nog al wat overgangsvormen voorkomen, waar alleen de vorm van de lip niet voldoende onderscheid geeft.

Dactylorhiza maculata subsp. maculata, omgeving Zwillbrocker Ven, 23 juni 2006
Dactylorhiza maculata subsp. maculata, omgeving Zwillbrocker Ven, 23 juni 2006
Dactylorhiza maculata subsp. maculata, omgeving Zwillbrocker Ven, 23 juni 2006

Tot zover deze beschrijving van deze twee prachtige Nederlandse orchideeënsoorten. In de inleiding schreef ik al dat we erg zuinig moeten zijn op de Nederlandse wilde orchideeën. Wettelijk zijn ze ondergebracht in de hoogste beschermingsklasse. U mag er dus ongeveer niets mee doen: niet plukken of uitsteken, niet verhandelen, niet transporteren. En wat dat uitsteken betreft: hebberigheid is dan ongeveer de enige drijfveer, want planten in uw tuin leidt in bijna alle gevallen tot mislukking. Zet ze maar op de foto. Dan heeft u er veel langer plezier van.

e.s.bos@planet.nl

 

Dactylorhiza maculata subsp. maculata, omgeving Zwillbrocker Ven, 23 juni 2006
Dactylorhiza maculata subsp. maculata, omgeving Zwillbrocker Ven, 23 juni 2006
Dactylorhiza maculata subsp. maculata, omgeving Zwillbrocker Ven, 23 juni 2006
Tentoonstellingen
  Twee Nederlandse Orchideeënsoorten
NOV vraagbaak

 

2010 | © Copyright 2007 Nederlandse Orchideeën Vereniging. | 

 

[ Web beheer www.connext4you.nl ]

New Orchideeën Foto Gallery
Statuten & 
Huishoudelijk Reglement