Statuten & 
Huishoudelijk Reglement
   Orchideeënavontuur in Australië
Tentoonstellingen
NOV vraagbaak New Orchideeën Foto Gallery

 

kop02
foto108
foto209
foto308
foto407
foto507
foto604
foto703
foto803
foto903
foto1002
foto12
foto13
foto14
foto15
foto16

Najaar 2005 hebben wij een tocht van 6½ week door Australië gemaakt. Overnachtingen, auto en binnenlandse vluchten waren vastgelegd. Daar gingen we, via een tussenstop in Hongkong, naar Darwin, in het noorden van Australië.


Ons huis staat vol met orchideeën, maar met orchideeën in Australië waren we absoluut niet bezig geweest. Nadat we op het vliegveld de auto opgehaald hadden, gingen we op zoek naar ons hotel. En wat zien we op het prikbord bij de entree? Jenny’s Orchid Garden. Dat was fataal, want daar begon weer de orchideeënfascinatie. Dus de volgende dag naar Jenny. Een grote kwekerij met rijen Cattleya’s, Dendrobiums, Vanda’s enzovoort, drie à vier rijen boven elkaar. Schitterend. Ze gebruikte in de potten geen bark, want dat was te duur. Daarom gebruikte ze brokjes graniet. In haar privé-collectie had ze meer dan 2500 orchideeën, prachtige (grote) planten, uitbundig bloeiend. In de grote kwekerij meer dan 100.000 planten. Rond Darwin is het vochtig en warm. Evenzogoed moest ze per dag 8 uur sproeien. Ze hoopte die dag op een onweersbui, maar helaas...


Aboriginals

De volgende dag gingen we naar het bekende Kakadu National Park, waar nog veel aboriginals leven. Sommigen hebben grote kuddes paarden en koeien. In de regentijd trekken ze met de dieren hoger de bergen in. Een prachtig park met veel wetlands, rivieren, bergen krokodillen, vogels èn de beroemde rotsschilderingen van aboriginals. We hebben er enkele dagen (boot)tochten gemaakt.


In Alice Springs verbleven we meerdere dagen, want in de omgeving is veel te zien. In een galerie was een zeer grote collectie aboriginal kunst. Veel Australiërs en toeristen kopen daar hun schilderijen. Uiteraard van daaruit ook een bezoek gebracht aan Kings Canyon en de aboriginal heiligdommen Ayers Rock en Olga’s.


Orchideeën

Van Alice Springs naar Melbourne gevlogen. Na twee dagen in een auto gestapt en naar Grampians National Park gereden. In het bezoekerscentrum vonden we een boekje over de ‘Native Orchids of the Grampians’. En ja, het bekende virus stak de kop weer op.


Langs de Mount William Road (15 km lang) zouden orchideeën moeten staan. En nu maar zoeken en wel ja, we zagen de eerste wilde orchideeën langs de kant van de weg in een bermstroompje met er bij veel vleesetende plantjes. Een bloempje van 4 cm doorsnee met een geel lipje, de Wax-lip Orchid (Glossodia major). Wij helemaal gelukkig, maar vanaf dat moment word je helemaal orchideeëngek. Verder gekeken, uit het raam hangend, met pijn in je nek van het scheef zitten, dan weer stukjes lopend, zagen we nog meer aardorchideeën van deze soort.


Onze volgende ontmoeting was wel heel bijzonder. We waren op een andere plek in het park. In het bezoekerscentrum was ons verteld, dat ergens in the middle of nowhere (er was een grote kring op de kaart gezet) orchideeën stonden. Wij op pad. Geen mens te zien in zo’n enorm groot park. Waar moet je zoeken? We zijn zo maar ergens gestopt en het bos in gelopen. Tussen het lange gras en de dorre takken vonden we verschillende orchideeën. Met het boekje in de hand en het fototoestel in de aanslag hebben we de volgende soorten voor het nageslacht vastgelegd: de Wax-lip Orchid (Glossodia major), de Rabbit Ears (Thelymitra antennifera), de Pink Fingers (Caladenia carnea), de Spiral Sun Orchid (Thelymitra matthewsii), de Blue Fairies (Cyanicula caerulea) en tenslotte de Caladenia phaeoclavia.


Slangen

Langs de weg hadden we bij aankomst een auto zien staan, maar er verder geen aandacht aan geschonken. Toen wij terug liepen naar onze auto, kwam uit het bos aan de overzijde een man op ons af, die ons vroeg wat we zochten. Het gesprek begon over orchideeën en toen bleek dat hij een Pink Fingers (Caladenia carnea) met vier bloempjes op één steel had ontdekt (had hij nooit eerder gezien). Hij ging er een foto van maken en vroeg of wij belangstelling hadden. Wij met hem mee het bos in. Hij waarschuwde “Pas op voor slangen” (daar hadden we het uur daarvoor niet bij stil gestaan!). Het was een prachtige orchidee. De man maakte foto’s met prachtige apparatuur en flitsers en knielde voor zijn orchideetje. Jan maakte een foto van hem maar omdat – naar bij thuiskomst bleek – de sluiter af en toe niet goed meer werkte, hebben we van de man alleen zijn knielende benen op de foto. Hij stelde zich voor en bleek Roger Cousens, een Engelsman, te zijn, professor in de biologie, verbonden aan de universiteit van Melbourne. Hij vertelde dat hij vorig jaar hier voor het eerst de Candy Spider Orchid (Caladenia versicolor) had ontdekt. Ook deze liet hij ons zien.


Elk jaar trekt hij met de studenten dit bos in en kamt een stuk bos uit (twee meter uit elkaar lopend), op zoek naar orchideeën. Alles wordt dan in kaart gebracht. In het verleden werden bij de orchideeën plastic labels gezet voor het onderzoek het jaar daarop. Jammer genoeg bleken de Emu’s het een leuk spelletje te vinden deze labels uit de grond te wroeten en weg te smijten. Nu worden ijzeren pinnen in de grond gezet en daar blijven ze af.


Toen we naar de auto liepen realiseerden wij ons dat we stom geluk hadden gehad. In een groot gebied bij toeval gestopt op de plek waar de universiteit onderzoek doet en waar we een bijzonder aardige ‘orchideeënprofessor’ tegen het lijf lopen. Wij hebben later nog e-mails uitgewisseld.


Koala’s

We trokken verder. In een plaatselijk krantje stond dat er op French Island 105 soorten orchideeën groeiden. Het seizoen daarvoor was van september tot november, dus we zaten goed (oktober). Maar er stond bij dat je wel een slim oog moest hebben om ze te ontdekken met hun kleine bloempjes. Dat leek ons wel wat. Uitgewuifd door pelikanen van het vaste land naar het eiland gevaren. We huurden er fietsen en trokken het ruige land in. Er wonen weinig mensen. Enkele boerenfamilies, meer niet. Veel bloemen gezien. Waaronder ook orchideeën, o.a. de Dotted Sun Orchid (Thelymitra ixioides). Je had veel last van insecten en je moest oppassen voor slangen. Het was heel stil en dat heeft ook wat. De koala’s zaten in bomen en wiegden in de wind. Er is daar een overschot aan koala’s. Ze worden nu naar andere gebieden verplaatst. De grootste vijand van de koala’s is de hond. In de omgeving van Melbourne mogen bewoners van nieuwe wijken daarom geen hekken plaatsen en mogen ze geen honden houden.


Onderweg naar Phillip Island zagen we een bordje ‘Orchid Nursery’. Wij omgedraaid (het virus was nog niet uitgewoed) en we reden een lange landweg op. We gaven de moed bijna op, maar op het eind zagen we een paar huizen met tuinen vol bloeiende planten. En ja hoor, ook een bordje ‘Orchid nursery’. Maar de kwekerij was gesloten in deze maanden. We waren teleurgesteld, maar Tonny dacht “Ik ga er op af”. Er liep een meneer in de tuin en Tonny vroeg in keurig Engels of we toch niet even mochten kijken, waarop hij zei: Spreek maar Nederlands hoor, want daar kom ik oorspronkelijk vandaan. Op 14 jarige leeftijd is hij in 1954 met zijn familie naar Australië vertrokken en uiteindelijk op deze plek neergestreken. Deze heer, die zich voorstelde als Karel Bolte, sprak na al die jaren nog accentloos Nederlands. Hij was nooit in Nederland terug geweest, maar oefende onze taal nog met zijn broer. Zijn vrouw kwam op 3 jarige leeftijd naar Australië; zij sprak alleen maar Engels. Hij vond het heel leuk met Nederlanders te spreken en liet ons z’n orchideeën zien. Hij verkocht veel planten, maar in de winter, vanaf juli was hij gesloten. Wij waren in oktober (voorjaar). Natuurlijk hebben we veel foto’s genomen. Op een daarvan staat onze Nederlander samen met Tonny bij een metersgrote Dendrobium speciosum.


Onze trektocht vervolgend kwamen we in Wilsons Promontory National Park. Ook daar hebben we een aantal tracks lopend, orchideeën gevonden, onder andere de Wax-lip Orchid (Glossodia major), die we al eerder in the Grampians zagen. Ook een orchidee, waarvan wij dachten dat het de Caladenia reticulata was. Maar volgens prof. Cousens komt die daar niet voor. Volgens hem behoort hij wel tot de reticulatagroep. Hij denkt dat het de Caladenia australis is. In zeer droge bosgrond vonden we op een helling de Hare Orchid (Caladenia menziesii). Er stonden er twee bij elkaar, maar deze soort is zo klein en fijn dat we er al twee keer langs gelopen waren zonder ze te zien. Voorts zagen we een uitgebloeide Common Onion Orchid (Microtis unifolia).




Slot

Van Sydney zijn we naar Cairns gevlogen. Tevoren hadden we gedacht daar in het vochtige Queensland wel tropische orchideeën te zien. Maar in Daintree Rainforest zagen we alleen varens en bromelia’s. Maar het snorkelen op het Great Barrier Reef heeft dit kleine gemis ruimschoots vergoed.

 

2011 | © Copyright 2007 Nederlandse Orchideeën Vereniging. |