|
Neottia nidus-avis
dan zijn er verschillende soorten die genoemd kunnen worden. Zo maakt Maxillaria batemanii een blad van 1,5 meter lang. Ook Bulbophyllum phalaenopsis en Phalaenopsis gigantea maken enorme bladeren. Ze zijn met 50 cm niet zo lang maar met een breedte van 20 cm wel het grootste qua oppervlakte. Onder de stengelbulbenvormers zitten soorten die wel 3 meter lang kunnen worden zoals Dendrobium anosmum.
De kleinste plant Deze zijn waarschijnlijk te vinden binnen de Pleurothallis-achtigen. Er zijn soorten met een blad dat maar 2mm groot is. Volwassen bloeiende planten hiervan passen gemakkelijk op een 10 eurocent muntstuk. Ook buiten deze groep zijn echte miniaturen te vinden zoals Zygostates en Platyrhiza.
Wel heel apart Hieronder vallen natuurlijk veel orchideeën, maar sommigen zijn wel heel extreem. Er zijn orchideeën die helemaal geen bladeren hebben. Op boomtakken in de tropen groeien bijvoorbeeld Microcoelia en Chiloschista. Deze hebben het bladgroen, voor de aanmaak van bouwstoffen, in hun wortels zitten. In Europa heb je terrestrische soorten, bijvoorbeeld Limodorum (asperge-orchis) en Neottia nidus-avis (vogelnestorchis), die in symbiose leven met bodemschimmels. Deze schimmels leveren de bouwstoffen voor de plant om te groeien. Maar in Australië groeit een orchidee die geen bladgroen heeft en ook nog eens volledig onder de grond leeft: Rhizanthella gardneri. Ook deze soort leeft in symbiose met een schimmel. De bloem, volledig ondergronds, verspreidt een formalineachtige geur die bestuivers aantrekt, waarschijnlijk termieten.
De kleinste bloem Grote bladeren en planten willen niet altijd zeggen dat er ook grote bloemen aankomen, en dit geldt ook voor hun kleine tegenhangers. Voor de plant zijn de bloemen de belangrijkste organen, hiermee moeten ze zich voortplanten. Dus is aandacht trekken een belangrijke zaak. Daarom zijn de bloemen van miniaturen vaak in verhouding groter dan van grote planten.
Paphiopedilum hybride
Maar het overgrote deel van de miniaturen wordt bestoven door kruipende beestjes, dus hebben ze ook minibloemen. Veel Pleurothallis-achtigen hebben dan ook zeer kleine bloemen. Platystele stenostachya heeft wel een van de kleinste bloemen. Maar het kan kleiner, Ascochilopsis myosurus uit Maleisië heeft waarschijnlijk de kleinste bloem, ongeveer 1 mm groot.
De grootste bloem Dit is misschien wel het belangrijkste voor liefhebbers. Er wordt tegenwoordig veel gekruist met orchideeën om grotere bloemen te krijgen. Bloemen van Cattleya- en Paphiopedilum-hybriden zijn inmiddels onnatuurlijk groot. Een bloem van Phragmipedium caudatum, met petalen (bloembladen) van 70 cm lang of een bloem van Coryanthes bruchmuelleri met een gewicht van 100 gram, zijn wel door de natuur gevormd.
De geur Dit is vaak een zeer persoonlijke aangelegenheid. Als ergens een Oncidium ornithorhynchum verschijnt dan zegt de ene helft dat hij ontzettend stinkt en de andere helft vindt hem erg lekker ruiken. Soorten die wel lekker ruiken zijn
Platyrhiza quadricolor
Trichoglottis putida, Encyclia tripunctata en Epidendrum nocturnum. Maar een bloeiende Masdevallia caesia of Bulbophyllum phalaenopsis hang je het liefst buiten de kas vanwege hun stank.
Sophrolaeliocattleya hybride
Al met al blijkt waarom orchideeën zo fascinerend zijn. Bijna elke soort heeft wel wat extreems waardoor het aantrekkelijk wordt voor liefhebbers om ermee aan de slag te gaan. Helaas kan het extreme ook de oorzaak zijn van het verdwijnen van soorten. Niet alleen door overmatig verzamelen in het wild (iedereen wil die ene extreme),
Zyggostates allenii
maar ook doordat veel soorten zó precies zijn aangepast aan hun omgeving dat een kleine verstoring hiervan grote gevolgen heeft. Terwijl de planten het allemaal niet voor ons doen, maar voor hun bestuivers en om te overleven. Als we dat waarderen kunnen we nog lang van mooie, fascinerende en vooral extreme orchideeën blijven genieten.
Trichoglottis putida
Tekst: Joost Riksen
Foto’s: Joost Riksen, tenzij anders aangegeven
|