|
Een deel van de orchideeëncollectie is open voor het publiek, maar de nieuw ontdekte soorten staan uiteraard in een gesloten gedeelte. De planten zijn gelukkig wel goed vanuit een brede gang met glazen wanden te bekijken. ‘Dat gedeelte van de kas is mogelijk gemaakt door een gift van de Stichting Pieter Roelfsema,’ vertelt Art Vogel. Het was een idee van Tineke Roelfsema om de collectie op deze manier zichtbaar te maken voor het publiek. Een heel enkele keer maakt hij een uitzondering voor een orchideeënkring: dan mag een kleine groep onder strikte begeleiding naar binnen. Terwijl we tussen de – veelal voor ons onbekende – planten lopen valt op hoe ‘schoon’ alles is. Weinig mos, geen algen, een enkel dor blad wordt en passant door Art weggehaald. ‘Met goede hygiëne, ruimte om de planten en frisse lucht houd je al veel ziekten en plagen onder controle’, zegt Art. ‘Maar zonder hulp van vrijwilligers zouden we het ook niet redden hoor. We streven ernaar dat elke plant elke twee jaar door iemands handen gaat. De algen zijn fors minder geworden na onze overgang naar omgekeerde-osmose water, zowel voor gieten als voor vernevelen. Dat is veel schoner dan regenwater. Ons regenwater bevatte bovendien te veel zink, uit de oude dakgoten. Wel moeten we nu elke twee weken bemesten, 1 gram per liter.’ Het standaard potmateriaal is gewoon bark met sfagnum. Veel belangrijker vindt Art het, als hij nieuwe planten binnenkrijgt, te zoeken naar de juiste plek qua temperatuur, licht, lucht en vocht. ‘Ook al heb je met eigen ogen gezien waar die soort van nature groeit, dan nog is het soms lastig in je kas de juiste plek te vinden,’ zegt Art. Het beheer van zo’n enorme collectie vergt veel ervaring en kennis, maar vooral geduld: ‘Blijven proberen en kijken wat die plant doet.’
|