Statuten & 
Huishoudelijk Reglement
   Orchideeën in de Hortus in Leiden
Tentoonstellingen
NOV vraagbaak New Orchideeën Foto Gallery

 

titel

De Hortus Botanicus is al vier eeuwen lang de groene plantenschatkamer van de Universiteit Leiden. ‘Onze plantencollectie heeft een tweeledig doel,’ vertelt kaschef Art Vogel. ‘Voor de wetenschap, dus onderwijs en onderzoek, en voor het publiek, om hen kennis te laten maken met de enorme biodiversiteit van het plantenrijk. Om die reden doen we ook mee aan externe tentoonstellingen, waaronder die van de Nederlandse Orchideeën Vereniging.’
De orchideeëncollectie in Leiden is enorm uitgebreid sinds 1970 door het werk aan de Flora Malesiana. Doel is alle orchideeënsoorten uit dit gigantische gebied – van Thailand tot Papua Nieuw Guinea – wetenschappelijk te beschrijven. ‘Maar ja, van de orchideeën die je tijdens een expeditie vindt, bloeit slechts vijf procent,’ zegt Art Vogel. ‘Wat wij hier in de Hortus proberen, is die meegenomen planten in bloei te krijgen. Plant en bloem worden uitgebreid beschreven en gefotografeerd. En dan, tja, dan knippen onze wetenschappers er de mooiste stukken af voor in het herbarium.’ Aan dat laatste is Art inmiddels gewend geraakt: ‘We kweken de plant gewoon weer verder.

Wat echter niet mag is de plant vermeerderen, laat staan verkopen of weggeven. ‘Liefhebbers vragen dat wel eens en je zou denken: daarmee kun je zo’n zeldzame, nieuwe soort juist beschermen. Maar het Biodiversiteitsverdrag uit 1993 verbiedt dat. Zo’n nieuwe soort zou namelijk commercieel interessant kunnen zijn voor het land van herkomst, hetzij om de bloem, of bijvoorbeeld als nieuw medicijn.’ Art vertelt dat zelfs de uitwisseling van planten en zaad tussen botanische tuinen aan strenge regels is onderworpen. Het land van herkomst moet altijd toestemming geven. Daarnaast gelden natuurlijk de strenge CITES-regels als je planten meeneemt van een expeditie.
Alleen al de expedities naar Papua Nieuw Guinea hebben – tot nu toe – zo’n zeventig nieuwe orchideeënsoorten opgeleverd, vertelt Art, waarvan sommige nog wachten op wetenschappelijke beschrijving. Toch is het ook nuttig als er een al bekende soort wordt gevonden. ‘Vaak is die toch weer ietsje anders dan exemplaren uit andere gebieden, zodat je de variatie binnen de soort beter leert kennen. En soms wisten we nog niet dat hij ook in die regio groeide,’ legt Art uit. De resultaten worden op CD-ROM gezet, waarvan er nu al vier zijn verschenen, en ook komt er volgend jaar een boek. In 2020, zo is de planning, is het project voltooid
.

foto104
foto205
infohortus

Een deel van de orchideeëncollectie is open voor het publiek, maar de nieuw ontdekte soorten staan uiteraard in een gesloten gedeelte. De planten zijn gelukkig wel goed vanuit een brede gang met glazen wanden te bekijken. ‘Dat gedeelte van de kas is mogelijk gemaakt door een gift van de Stichting Pieter Roelfsema,’ vertelt Art Vogel. Het was een idee van Tineke Roelfsema om de collectie op deze manier zichtbaar te maken voor het publiek. Een heel enkele keer maakt hij een uitzondering voor een orchideeënkring: dan mag een kleine groep onder strikte begeleiding naar binnen.
Terwijl we tussen de – veelal voor ons onbekende – planten lopen valt op hoe ‘schoon’ alles is. Weinig mos, geen algen, een enkel dor blad wordt en passant door Art weggehaald. ‘Met goede hygiëne, ruimte om de planten en frisse lucht houd je al veel ziekten en plagen onder controle’, zegt Art. ‘Maar zonder hulp van vrijwilligers zouden we het ook niet redden hoor. We streven ernaar dat elke plant elke twee jaar door iemands handen gaat. De algen zijn fors minder geworden na onze overgang naar omgekeerde-osmose water, zowel voor gieten als voor vernevelen. Dat is veel schoner dan regenwater. Ons regenwater bevatte bovendien te veel zink, uit de oude dakgoten. Wel moeten we nu elke twee weken bemesten, 1 gram per liter.’ Het standaard potmateriaal is gewoon bark met sfagnum. Veel belangrijker vindt Art het, als hij nieuwe planten binnenkrijgt, te zoeken naar de juiste plek qua temperatuur, licht, lucht en vocht. ‘Ook al heb je met eigen ogen gezien waar die soort van nature groeit, dan nog is het soms lastig in je kas de juiste plek te vinden,’ zegt Art. Het beheer van zo’n enorme collectie vergt veel ervaring en kennis, maar vooral geduld: ‘Blijven proberen en kijken wat die plant doet.’

Behalve orchideeën zien we nog veel meer bijzondere planten. Een enorme collectie tropische bekerplanten (Nepenthes) bijvoorbeeld, naast andere vleesetende planten. Een andere kas is gevuld met diverse soorten ‘mierenplanten’ (Myrmecodia, Hydnophytum en aanverwanten) die hol zijn van binnen en mieren huisvesten. ‘De plant zorgt voor huisvesting en de mier houdt belagers van de plant weg.’ legt Art uit. Hij klopt zachtjes op een dikke stronk en er komt daadwerkelijk een mier even poolshoogte nemen!

Gevraagd naar de toekomst van de Hortus is Art redelijk positief. ‘Zo’n tuin heeft alleen bestaansrecht als hij ook een onderzoeksfunctie heeft, en dat hebben wij hier. Andere botanische tuinen verloren die functie. Waarom zou een universiteit er dan nog geld in steken?’ vraagt Art zich af. ‘Commercialisering is maar heel beperkt mogelijk, daar kun je een goede plantencollectie niet mee in stand houden.’ Hij voorziet dat er op den duur één nationale botanische tuin zal overblijven, zoals er ook één nationaal herbarium is. Samen met Naturalis zou je dan een Nationaal Biodiversiteit Centrum krijgen. ‘Dat heeft beslist toekomst, zeker hier in Leiden,’ besluit Art.
 

foto304
foto404
foto504

2010 | © Copyright 2007 Nederlandse Orchideeën Vereniging. | 

[ Web beheer www.connext4you.nl ]