|
Zoals alle levende wezens heeft ook een plant voeding nodig. Behalve water, licht en lucht heeft de plant nog een aantal stoffen nodig. Met de CO2 uit de lucht, water en licht-energie maakt het bladgroen ( chlorofyl ), voedingsstoffen, zoals zetmeel aan. Om deze voedingsstoffen door de plant te kunnen transporteren vormt de plant suikers uit dat zetmeel. Suiker is oplosbaar in water, zetmeel niet. Met behulp van zuurstof uit de lucht worden een gedeelte van deze voedingsstoffen in energie omgezet. Dit is een proces, dat in alle planten en bomen plaats vindt.
Bij het bovenstaande proces zijn echter nog een aantal bouwstoffen nodig om nieuw plantweefsel te kunnen vormen, nieuwe wortels, bladeren, bloemen enz. Een aantal stoffen zijn in relatief grote hoeveelheden benodigd, de z.g. macro elementen, o.a. stikstof (N), fosfor (P), kalium (K), calcium (Ca), magnesium (Mg) en zwavel (S). Veel meer elementen zijn echter in zeer kleine hoeveelheden nodig, dit zijn de micro elementen, sporen elementen, daar zijn een 14-tal van bekend.
In de natuur komt de voeding (+ speciale elementen) van orchideeën planten, behalve uit lucht, licht en vocht, gewoonlijk van de gastheer, waarop de plant groeit. (Dus geen vogelpoep e.d.). Door de worteldruk wordt er plantensap uit het oppervlak van de bladeren en takken/stam van de boom geperst, dat op het oppervlak droogt. Wanneer er een regenbui overheen gaat, lossen deze stoffen weer op en stromen langs de wortels en bladeren van de orchideeën. Het zijn dus zeer geringe concentraties van stoffen, meest suikers, die meteen door vers regenwater weer verder verdund worden. In die plantensappen zijn alle voeding-elementen, die de epifyten nodig hebben, aanwezig. Het is wel duidelijk, dat orchideeën zeer efficiënt voedingsstoffen kunnen opnemen! Niet alleen de wortels, maar ook, hoewel in veel mindere mate, de rest van het plant-oppervlak, bladeren en knollen. Bij de orchideeën-cultuur komt een teveel aan voeding veel vaker voor dan een te kort. Een te kort zal een plant niet zo snel om zeep helpen, een te veel juist zeer snel! Zeer geringe concentraties zijn reeds voldoende!
De sporen-elementen zijn meestal in meer dan sporen-hoeveelheden zelfs giftig voor de plant. Desondanks zijn de sporen-elementen onmisbaar voor een goede groei van de plant. De macro elementen zijn over het algemeen mobiel in de plant, d.w.z., dat deze elementen naar elders in de plant verplaatst kunnen worden om daar opnieuw, of anders, gebruikt te worden. De sporen-elementen zijn niet mobiel en moeten dus constant aangevoerd worden. Nu zal er in organisch pot materiaal, varenwortel, mexifern, sfagnum, blad enz. al van nature sporenelementen uit het vorige leven aanwezig zijn (niet mobiel!), dus in deze gevallen zullen, hoewel variabel, sporen-elementen zelden te kort zijn. Zij komen na enige vertering van het potmateriaal vrij. In geval van synthetisch pot materiaal, zoals b.v. kleikorrels en steenwol, zullen deze sporen-elementen toch wel geregeld toegediend moeten worden. Het vervelende is, dat tekorten aan sporen-elementen zich pas na langere tijd, vele maanden nadien, openbaren. Dat tekort is dan ook moeilijk als zodanig herkenbaar.
Verder spelen bepaalde chemische processen ook nog een rol. Een teveel van het een kan tot een tekort van een ander element leiden. Zo kunnen Calcium en Magnesium elkaar slecht verdragen! Maar beide elementen zijn onmisbaar. Meststoffen kunnen in organische vorm, bv. koemest, of in synthetische vorm, kunstmest, gegeven worden. De voedingsstoffen in de organische mest moeten door toedoen van bacteriën voor de plantenwortels opneembaar, in water onlosbaar, gemaakt worden. Kunstmest is door de vorm, waarin het gemaakt wordt, als “zouten”, al in water oplosbaar en opneembaar. In beide gevallen kan een te hoge concentratie tot wortelverbranding leiden. De kwaliteit van de meststoffen wordt aangegeven met de percentages van de drie belangrijkste macro-elementen: stikstof : fosfor: kalium of N : P : K., 14-8-21 bv. Tenzij aangegeven, ontbreken bij kunstmeststoffen vaak de sporen elementen. Kunstmest wordt gewoonlijk in een concentratie van ½ gram per liter water gegeven.
Organische mest, zoals koemest, kippenmest, mest van alles dat op 4 of 2 benen rondloopt is reeds voorzien van alle benodigde elementen, inclusief de sporenelementen. Maar de verhoudingen tussen de diverse stoffen zijn zeer onzeker. Afhankelijk van de producent én de samenstelling van de genuttigde etenswaren. Gelukkig zijn planten vrij selectief in de opname van de aangeboden elementen. Zo bv. kan zijn: koemest 10-3-8 paardenmest15-5-13 varkensmest13-7-11 kippenmest30-14-7 Nogmaals, met een flinke slag om de arm! Door de milieu eisen is er in de laatste jaren veel aan het veevoer veranderd, om het stikstof en fosfor gehalte in de mest zoveel mogelijk terug te dringen. Gevogelte mest heeft over het algemeen een veel hoger stikstof en fosfor gehalte dan mest van de viervoeters. Organische mest van dieren bevat meestal een flink percentage calcium, gedroogde koemest ca 4% en gedroogde kippenmest ca 10% b.v. Dit is geen nadeel! Vismeel bevat hoofdzakelijk stikstof (ca 8%). Organische mest mag niet vers gebruikt worden, bacteriën moeten eerst diverse bestanddelen tot opneembare zouten omzetten. Na een voldoende rottingstijd, bv. enkele weken in water, kan daarvan een grote verdunning (lichte thee kleur) aan de planten toegediend worden.
Zowel kunstmest als organische mest moet na enkele keren afgewisseld worden met een schoon-water beurt. Om de 2-3 maanden geve men een water beurt met 2-3 gram Magnesium sulfaat erin, dit is in wat betere tuincentra te koop.
Bemesten komt alleen tot haar recht, wanneer aan de andere factoren, hierboven genoemd, zo goed mogelijk wordt voldaan. Een plant kan alleen voeding elementen opnemen, wanneer zij een gezond wortel gestel heeft. Anders heeft bemesten alleen een averechts resultaat.
|