|
Zelfs vele ervaren orchideeënkwekers begrijpen dit onderscheid niet ten volle en zijn geneigd al hun Cattleya's te behandelen alsof ze het patroon wortels-vóór-de-bloei volgen en ze dus te verpotten wanneer de nieuwe scheuten beginnen te ontstaan. Voor de groep met wortels na-de-bloei, vernielt deze handelwijze vele van de bestaande wortels juist wanneer de plant ze nodig heeft om de sterkste groei van het jaar mogelijk te maken. Planten die aan zo'n schok blootgesteld worden gaan vaak achteruit en sterven soms zelfs. Ik geloof dat vele Cattleya' s die beschouwd worden als moeilijk te kweken, in werkelijkheid moeilijk zijn omdat men niet begrijpt wanneer ze verpot moeten worden, Cattleya's met het wortels vóór-de-bloei-patroon bloeien vaak in de herfst, winter of voorjaar. Orchideeën in deze groep maken hun nieuwe scheuten typisch in de lente- en zomermaanden, zodat de scheuten gewoonlijk geheel uitgerijpt zijn in de herfst. Op dat tijdstip gaat de plant in een rustfase, die duurt totdat de interne klok van de plant aangeeft dat het tijd wordt om te gaan bloeien. De plant bloeit dan, gaat wellicht na de bloei weer in een rustperiode, waarna de .hele cyclus opnieuw begint. (Herfstbloeiende Cattleya's zoals C. labiata hebben een tamelijk korte rustperiode nadat de scheuten uitrijpen, en een overeenkomstig langere rust na de bloei. Het tegenovergestelde geldt voor Cattleya's die in de lente bloeien, zoals C. mossiae ) Planten in de "wortels-vóór-debloei" -groep kunnen achtereenvolgende scheuten maken gedurende de groei periode in de zomer. De plant "verzamelt" al deze scheuten en daarna bloeien ze tegelijkertijd. Sommige van de bekendste enkelbladige soorten behoren tot deze groep. In de volgorde van de bloeitijd (tussen haakjes vermeld) behoren hiertoe: C labiata (oktober / november), C. jenmanii (december/januari), C. percivaliana (december /januari),C. trianaei (januari/februari), c. sehroederae (maart/april), en C. mossiae (maart/ april! mei). De meeste in herfst/winter /lente bloeiende enkelbladige hybriden stammen van deze soorten af en volgen hetzelfde groeipatroon. Tweebladige soorten die dit patroon volgen zijn, eveneens in volgorde van bloeiperiode: C. amethystoglossa (januari/februari), c. aurantiaca (februari/maart/ april), C. skinneri (april). Vele van de in winter /lente bloeiende rode en oranje planten hebben C. aurantiaca in hun achtergrond en volgen in het algemeen hetzelfde groeipatroon. Cattleya's met het wortels-ná-debloei-patroon bloeien vaak in de late lente, de zomer of de herfst. Deze orchideeën maken hun nieuwe scheuten laat in de winter, in de lente of de zomer, en bloeien bijna direct als de scheuten uitgerijpt zijn. De wortels komen direct na de bloei. Vele van deze, met name de tweebladige, gaan in een lange rustperiode nadat de wortels zijn uitgegroeid. Als een plant in deze groep opeenvolgende scheuten maakt in een seizoen zal iedere scheut bloeien zodra die is uitgerijpt. De meeste tweebladige soorten en hybriden
|