Maxillaria
Tentoonstellingen
NOV vraagbaak New Orchideeën Foto Gallery

 

MAXILLARIA           Foto’s Henk Smouter

Het geslacht Maxillaria is zeer uitgebreid en telt ruim 300 soorten, een beetje afhankelijk van de classificatie. Veel soorten die oorspronkelijk bij Maxillaria waren ingedeeld, zijn later geplaatst in verwante geslachten als Lycaste en Xylobium. Maxillaria’s komen voor in het gehele tropische en subtropische deel van Amerika waar ze vanaf zeeniveau tot op hoogten van 3.500 meter te vinden zijn en dat geeft direct aan welke variatie in temperatuurbehoefte er binnen het geslacht bestaat! Uitgesproken warm tot uitgesproken koud groeiend, vrijwel altijd als epifyt of lithofyt, maar sommigen groeien zelfs terrestrisch.
Binnen het geslacht komen veel grote soorten voor, waarvan er enkele nogal woekeren en daardoor lastig in een pot zijn te kweken. Sommige grote soorten zijn prachtige, sommige kleine soorten zijn ronduit schitterend, andere soorten hebben bloemen die er op het eerste gezicht weinig spectaculair uitzien!
De winter en het voorjaar is de tijd waarin veel Maxillaria’s bloeien, maar er zijn ook zomerbloeiers. Eigenlijk is er in elk jaargetijde wel een Maxillaria die bloeit en dat maakt het geslacht zeker aantrekkelijk voor de liefhebber. Ik wil er in dit stukje een paar van bespreken.

Eén van mijn eerste planten was Maxillaria variabilis “unipunctata”, opgekweekt uit een paar miezerige wortelstokken met enkele bulbjes. Deze bloeien in eerste instantie weinig indrukwekkend met de alleenstaande, vrij saaie gele bloempjes. Maar als je er eenmaal een grote pol van hebt gekweekt (en dat gaat best snel, want deze Maxillaria is een goede groeier), die bezaaid is met gele bloempjes, dan is het heel wat anders! Een spectaculair gezicht, vind ik tenminste. En dat geeft direct aan hoe een Maxillaria tot zijn recht komt: je moet er een grote plant van hebben! Ik kweek deze plant op een varenwortelplank. Wanneer je aan beide kanten wat bulben opbindt, dan krijg je na verkoop van tijd een blok dat rondom begroeid is. De plant moet dan natuurlijk wel vrij kunnen hangen. Bij mij hangt de plant in de buurt van de ventilator, want hij houdt van lekker veel luchtbeweging. En vochtig houden, want hij heeft een hekel aan droogte, ook in de rustperiode (winter).

Maxillaria sophronites

 

Maxillaria tenuifolia

Maxillaria sophronites

 

Maxillaria tenuifolia

Maxillaria variabilis 'unipunctata'

 

Maxillaria coccinea

Maxillaria variabilis ‘unipunctata’

 

Maxillaria coccinea

Een andere leuke plant is M. coccinea. Een vrij onaanzienlijk uitziende plant toen ik hem kreeg, die op een gegeven moment ging bloeien met een paar onbeduidende bloempjes, die bovendien niet open leken te gaan. Weinig spectaculair en bij mij al vallend onder de categorie twijfelachtig.
Wat wel opviel was dat ze waren mooi rood waren! De plant kreeg geen bijzondere aandacht, werd regelmatig vochtig gehouden bij gematigde temperatuur. Ook in de winter bleef de plant doorgroeien. De plant hechtte zich prima op het kurkblok (met wat mos eronder) en groeide goed. Na ongeveer anderhalf jaar ontwikkelden zich vanuit de nu forser ontwikkelde scheuten hele bossen (nou ja, bosjes) alleenstaande bloemen, prachtig rood gekleurd. En toen ik de plant voor het eerst had meegenomen naar onze eigen plantenkeuring was het resultaat: plant van de maand januari!! (overigens was dit al de derde keer dat de plant zo bloeide, maar de vorige keren was hij net uitgebloeid op de kringavond).

Maxillaria picta

Maxillaris notylioglossa

Maxillaria picta

Maxillaria picta

Maxillaria notylioglossa

Maxillaria picta

Tot mijn favorieten behoort M. tenuifolia, ook zo’n plant die groot moet zijn om waardering te krijgen. Dit is één van de soorten die in de zomer bloeien. De opvallende roodbruin gekleurde bloemen zijn best groot, maar staan op een kort steeltje verborgen tussen de lange grasachtige bladeren. Heel kenmerkend is zijn sterke cocosachtige geur: je weet precies wanneer de eerste bloem is opengegaan, de hele kas ruikt ernaar!
Een plantje dat ik vorig jaar kreeg met de opmerking: kijk maar eens, bij mij doet-ie niks... was M. minuta, een dwergplantje, zoals de naam al aangeeft. Kleine bulbjes met een potloodachtig gevormd, vleesachtig blaadje erop, bij elkaar niet meer dan 3-4 cm hoog. Een stuk of 10 bulbjes bij elkaar in een potje. Ik heb het plantje overgezet op een kurkblokje, wat mos eromheen en afwachten maar. Het plantje heb ik in de buurt van de vernevelaars gehangen waardoor het regelmatig 's zomers een neveltje kreeg en nooit uitdroogde. Na verloop van tijd begin het voorzichtig wat te wortelen en zowaar ontwikkelden zich na verloop nieuwe scheuten. Verder niets bijzonders, totdat ik deze winter opeens wat aan het plantje zag. Tot mijn verbazing bleek het ding te bloeien en aan de bloemen te zien al een tijdje. Nooit opgemerkt! Kleine, onopvallende bruinachtige bloempjes, verscholen tussen de blaadjes maar zo naar voren gericht dat het net een nestje jonge vogeltjes leek, met de bekjes opengesperd. En omdat het er best veel waren gaf dit een aardig gezicht!
Een besliste aanrader is M. chrysantha, een compact groeiende plant met ronde bulben waaruit twee lijnvormige bladeren ontspringen. In januari ontwikkelen zich aan de basis van de bulbe talrijke bloeistengels met grote heldergele bloemen. Ook deze plant gedijt bij mij prima op een kurkblok, waar de rood gekleurde wortels zich stevig op verankeren. De plant kan wat meer droogte verdragen dan bovengenoemde, vooral de rustperiode is wat meer uitgesproken. Ik kweek hem bovenin de kas, vol in het licht, vlakbij de ventilator en dus een optimale luchtbeweging.
Als laatste wil ik jullie de prachtige M. sophronitis niet onthouden. Een vrij lastige plant om ergens op te kweken vanwege zijn woekerende groeiwijze, waarbij de bulben op een afstand van elkaar staan aan een kruipende wortelstok. Het lukt maar even in een pot, maar daar is hij zo weer uitgegroeid. Ik heb met deze plant de beste ervaring met een varenwortelplankje, waar hij rondom kan groeien. Wel moet je regelmatig de uiteinden met een pinnetje vastzetten omdat de plant de neiging heeft in eerste instantie goed te hechten aan de kurk maar later in mindere mate. Waarschijnlijk is de kurk toch een wat te droge ondergrond voor deze vochtminnende plant. Ook deze Maxillaria kent geen uitgesproken rusttijd en heeft de neiging door te groeien. Daardoor kan hij wel het hele jaar door bloeien, hoewel ik wel heb gemerkt dat de hoofdbloei in het voorjaar ligt.
Binnen het geslacht is heel wat keus, zelf heb ik ook nog M. picta, M. luteoalba (grote soort), M. sanderiana, M. cucullata (mooi), M. rufescens, M. notylioglossa (mooie miniatuur), M. hennisiana, M. elegantula, allemaal planten die het in een gematigde omgeving goed doen. Ik wist niet dat ik er zoveel had!!

Henk Smouter

Uit: Kring Noord-Oost Brabant - maart 2004

2009 | © Copyright 2007 Nederlandse Orchideeën Vereniging. | 

[ Web beheer www.connext4you.nl ]