|
Tot mijn favorieten behoort M. tenuifolia, ook zo’n plant die groot moet zijn om waardering te krijgen. Dit is één van de soorten die in de zomer bloeien. De opvallende roodbruin gekleurde bloemen zijn best groot, maar staan op een kort steeltje verborgen tussen de lange grasachtige bladeren. Heel kenmerkend is zijn sterke cocosachtige geur: je weet precies wanneer de eerste bloem is opengegaan, de hele kas ruikt ernaar! Een plantje dat ik vorig jaar kreeg met de opmerking: kijk maar eens, bij mij doet-ie niks... was M. minuta, een dwergplantje, zoals de naam al aangeeft. Kleine bulbjes met een potloodachtig gevormd, vleesachtig blaadje erop, bij elkaar niet meer dan 3-4 cm hoog. Een stuk of 10 bulbjes bij elkaar in een potje. Ik heb het plantje overgezet op een kurkblokje, wat mos eromheen en afwachten maar. Het plantje heb ik in de buurt van de vernevelaars gehangen waardoor het regelmatig 's zomers een neveltje kreeg en nooit uitdroogde. Na verloop van tijd begin het voorzichtig wat te wortelen en zowaar ontwikkelden zich na verloop nieuwe scheuten. Verder niets bijzonders, totdat ik deze winter opeens wat aan het plantje zag. Tot mijn verbazing bleek het ding te bloeien en aan de bloemen te zien al een tijdje. Nooit opgemerkt! Kleine, onopvallende bruinachtige bloempjes, verscholen tussen de blaadjes maar zo naar voren gericht dat het net een nestje jonge vogeltjes leek, met de bekjes opengesperd. En omdat het er best veel waren gaf dit een aardig gezicht! Een besliste aanrader is M. chrysantha, een compact groeiende plant met ronde bulben waaruit twee lijnvormige bladeren ontspringen. In januari ontwikkelen zich aan de basis van de bulbe talrijke bloeistengels met grote heldergele bloemen. Ook deze plant gedijt bij mij prima op een kurkblok, waar de rood gekleurde wortels zich stevig op verankeren. De plant kan wat meer droogte verdragen dan bovengenoemde, vooral de rustperiode is wat meer uitgesproken. Ik kweek hem bovenin de kas, vol in het licht, vlakbij de ventilator en dus een optimale luchtbeweging. Als laatste wil ik jullie de prachtige M. sophronitis niet onthouden. Een vrij lastige plant om ergens op te kweken vanwege zijn woekerende groeiwijze, waarbij de bulben op een afstand van elkaar staan aan een kruipende wortelstok. Het lukt maar even in een pot, maar daar is hij zo weer uitgegroeid. Ik heb met deze plant de beste ervaring met een varenwortelplankje, waar hij rondom kan groeien. Wel moet je regelmatig de uiteinden met een pinnetje vastzetten omdat de plant de neiging heeft in eerste instantie goed te hechten aan de kurk maar later in mindere mate. Waarschijnlijk is de kurk toch een wat te droge ondergrond voor deze vochtminnende plant. Ook deze Maxillaria kent geen uitgesproken rusttijd en heeft de neiging door te groeien. Daardoor kan hij wel het hele jaar door bloeien, hoewel ik wel heb gemerkt dat de hoofdbloei in het voorjaar ligt. Binnen het geslacht is heel wat keus, zelf heb ik ook nog M. picta, M. luteoalba (grote soort), M. sanderiana, M. cucullata (mooi), M. rufescens, M. notylioglossa (mooie miniatuur), M. hennisiana, M. elegantula, allemaal planten die het in een gematigde omgeving goed doen. Ik wist niet dat ik er zoveel had!!
Henk Smouter
Uit: Kring Noord-Oost Brabant - maart 2004
|