|
|
 |
 |
|
Orchideeën op de vensterbank
|
 |
|
|
 |
 |
 |
|
Een artikel van Dr. Gustav Schoser, President van de Deutsche Orch. Gesellschaft, verschenen in Die Orchidee, jaargang 22, deel 3/1971.
De belangstelling orchideeën te kweken onder eenvoudige voorwaarden, is in de loop van de laatste tien jaren niet minder geworden. Ja, men is zelfs geneigd te zeggen, dat langzamerhand de orchideeën zich als algemeen gekweekte kamerplanten een grote plaats veroveren. Steeds vaker worden deze planten in bloemenzaken en warenhuizen als potplanten aangeboden. Natuurlijk moet men belangstelling voor deze planten kunnen opbrengen, willen zij in huis in leven blijven. Dan komt steeds vaker - en met recht - de vraag naar voren (en hierover gaat het in dit artikel) welke soorten op de vensterbank, of in een niet afgesloten bloemenvenster, gekweekt kunnen worden. Vaak echter lopen de opvattingen en ervaringen uiteen. E.e.a. hangt van verschillende factoren af. Wanneer echter de een van de ander Ieren moet, is het nodig verschillende voorwaarden te noemen, die vervuld kunnen worden.
1. Temperatuur. Bij het steeds toenemende wooncomfort hebben de meeste woningen centrale verwarming. Meestal regelt een thermostaat de warmte en zorgt ervoor, dat de nachttemperaturen niet lager dan 8 ºC. komen. De temperatuur op de plaatsen, waar de orchideeën opgesteld zijn, varieert echter, zodat het goed is de temperatuur aldaar te meten. In het algemeen gaan we er van uit, dat we met een gemiddelde dagtemperatuur van 20 ºC kunnen rekenen.
2. Lichtomstandigheden. Deze zijn moeilijker te omschrijven. Men dient te weten hoe de vensterbank of het bloemenvenster "ligt", maar voldoende is dit niet! Evenmin is de algemeen geldende regel van "orchideeën moeten zoveel licht krijgen, als ze kunnen verdragen" voldoende. Hoe weet men, hoeveel licht de planten kunnen verdragen?
|
 |
 |
|
Men wil toch niet riskeren, dat er misschien na maanden - een reactie komt, die de dood van de plant tot gevolg heeft? Een vensterbank of bloemenvenster op het zuiden is te gebruiken, wanneer er een balkon overheen gebouwd is, of wanneer men de beschikking heeft over een jaloezie of markies als schermmateriaaL Het allerbeste is: de lichtsterkte te meten met een fotobelichtingsmeter. Jonge uitlopers en bloemstengels verdragen minder licht dan de volwassen plant.
|
|
|
 |
 |
|
3. Luchtvochtigheid. Orchideeën hebben een zekere luchtvochtigheid nodig. Vele amateurs menen: hoe hoger hoe beter. Dit is echter slechts ten dele waar. Zeker is het, dat als u in uw orchideeënkamer komt en merkt dat u een droge keel krijgt, dat dan de luchtvochtigheid voor de planten te laag is. De klimatologen spreken van een "behaaglijkheidsbereik", waar bij de temperatuur en de luchtvochtig-heid een grote rol spelen.
|
|
 |
De relatieve luchtvochtigheid is dan 50 - 70%. Hoe hoger de temperatuur wordt, hoe meer waterdamp de lucht kan opnemen, des te moeilijker wordt dan ook de verzadiging, het bereiken van 100% relatieve luchtvochtigheid. Wij kunnen onze planten helpen, wanneer we water laten verdampen, verstuiven of "ver-sproeien". Hoe kleiner de waterdeeItjes zijn, hoe makkelijker de lucht deze opneemt. Wij kunnen water verstuiven met motorische kracht, water versproeien door met de hand bediende vernevelingsinstrumenten te gebruiken, of water door een warmtebron te laten verdampen. Bij het verdampen moet echter een grote oppervlakte werkzaam zijn (filtreerpapier), wil de uitwerking voelbaar zijn. In een ruimte van ca. 30 m3 moet in de winter per dag ca. 5 1. water verdampen, dan zullen niet alleen uw orchdeeën, maar ook uzelf, zich behaaglijk voelen.
|
|
|
 |
 |
 |
|
4. Het gieten Hoeveel water de planten nodig hebben hangt ook af van bovengenoemde factoren. Bovendien speelt ook de soort oppotmateriaal en de groeitoestand van de plant een rol. Planten in de groei hebben meer water nodig. Het beste water is (schoon) regenwater. Vergeet niet dat er meer planten doodgaan door te véél dan door gebrek aan water.
|
|
|
5. Luchtbeweging. De orchideeën hebben, evenals andere kamerplanten, behoefte aan luchtbeweging. De lucht mag niet stagneren, maar er mag zeer zeker geen tocht ontstaan. De sterke luchtbeweging vermindert ook onze moeizaam verkregen luchtvochtig-heid. Wanneer zich onder uw vensterbank een warmtebron bevindt is de luchtbeweging daar in de winter voldoende.
|
|
|
 |
 |
 |
|
6. Oppotmateriaal: Ook dit speelt een rol bij het water geven. Nooit gieten wanneer het materiaal nog vochtig is.
|
|
|
|
En nu de belangrijkste vraag: Welke orchideeën zijn geschikt voor de vensterbank? De door onderzoekingen van de "Landesgruppe Hamburg / Schleswig- Holstein" gepubliceerde lijsten worden hier, met toestemming van deze groep, bekendgemaakt. Het gaat om hoofdzakelijk botanische soorten. Ik ben echter van mening, dat de beginneling - in de regel vensterbanker - meer dan vroeger hybriden moet kopen. Twee redenen hiervoor wil ik noemen:
- 1. in het algemeen zijn orchideehybriden sterker en dus gemakkelijker te kweken en
- 2. ieder betaalt een zeker "leergeld". Dit leergeld moet niet een dubbel risico bevatten; men kan een plant verliezen door gebrek aan ervaring, maar als het dan gaat om een natuursoort bestaat ook het risico, dat deze natuursoort reeds aan het uitsterven, cq. aan het zeldzaam worden is in zijn geboortestreek!! En een natuursoort is te kostbaar om als "proefkonijn" te worden gebruikt.' In de onderstaande lijsten worden jammer genoeg weinig hybriden genoemd.
|
|
|
 |
|
|
|
Voor kamercultuur goed geschikt
|
|
Brassavola nodosa Cattleya bowringiana C.gaskelliana C. intterrnedia C. harrisoniae C. labiata C. loddigesii C. mossiae C. Portia C. trianae Comparettia falcata Cymbidium tracyanum Dendrobium kingianum Epidendrum cochleatum Ep. falcatum
|
Laelia anceps L. purpurata Lycaste aromatica Maxillaria picta Odontoglossum bictoniense Od. harrisonianum Od. maculatum Oncidium ornithorrhynchum Onc. tigrinum Onc. varicosum var. rogersii Paphiupedilum Leeanum Paph. sukhakulii
|
|
 |
|
|
|
Geschikt voor kamerkweek, wanneer de nachttemperatuur beduidend lager is dan de dagtemperatuur.
|
|
Brassavola perrinii Brassia verrucosa Cattleya forbesii C. guttata C. leopoldii Coelogyne massangeana Cymbidium lowianum Cymb. pumilum Dendrobium infundibulum D. jamesianum D. nobile D. parishii D. pierardii (= D. aphyllum) D. tyrsiflorum Epidendrum ciliare Ep. mariae Laelia autumnalis L. gouldiana L. perrinii
|
Lycaste cruenta Lyc. skinneri Miltonia-hybriden Odontoglossum cervantesii Od. grande Od. pulchellum Od. rossii Oncidium bicallosum Onc. kramerianum Onc. forbesii Onc. splendidum Onc. wentworthianum Paphiopedilum callosum Paph. insigne "Chantinii" Paph. spicerianum Paph. Harrsianum Paph. Lathamianum Paph. villosum Sophronitis cernua Stanhopea wardii
|
|
|