EXTREEM!

OrchideeŽn, het begint onschuldig, met een plant op de vensterbank. Vaak gekregen of impulsief gekocht omdat er geen mooi bosje bloemen was. Maar al gauw merk je dat de orchidee wel erg lang bloeit en goed groeit, dus volgen er meer. Na een bezoek aan een orchideeŽnshow, of wat surfen op internet en je bent verkocht. De collectie groeit en al gauw is elke vensterbank gevuld met orchideeŽn. Een kas is dan de volgende stap. Maar waarom raken mensen verslaafd aan orchideeŽn? Als je het aan ze vraagt vallen al snel de woorden exotisch, fascinerend, mooi, uitdagend en ga zo maar door. Ook komt al snel het woord ‘extreem’ naar boven, maar waarom zijn orchideeŽn zo extreem?

Bulbophyllum_phalaenopsis_small[1]

Bulbophyllum phalaenopsis
Foto: Gab van Winkel

Chiloschista_lunifera_small[1]

Chiloschista lunifera

Epidendrum_tripunctata_small[1]

Epidendrum tripunctata

De verspreiding
Het eerste extreme geval doet zich voor bij het ontstaan van orchideeŽn, ongeveer 40 miljoen jaar geleden in het gebied wat we nu Zuidoost AziŽ noemen. Dit is met enig giswerk want er zijn hťťl weinig fossielen van orchideeŽn gevonden. Wel is bekend dat orchideeŽn zijn ontstaan uit de lelieachtigen en dat de orchideeŽnfamilie een zeer jonge familie is. En in deze, voor evolutiemaatstaven, zeer korte 40 miljoen jaar zijn 30.000 (op dit moment beschreven) soorten ontstaan. Er is ťťn andere plantenfamilie (de asterachtigen) waarbij er ook zoveel soorten bekend zijn. Ook de verspreiding over de aarde is zeer snel gegaan.

In deze korte periode hebben ze zich kunnen verspreiden over de gehele wereld. Van Alaska, Groenland en SiberiŽ tot aan PatagoniŽ, Zuid Afrika en Nieuw Zeeland. Cypripedium passerinum, Cypripedium guttulatum en Coeloglossum viride komen voor binnen de poolcirkel. De meest zuidelijke soort is Corybas macranthus, die groeit op het eiland Macquarie, 1500 kilometer van Antarctica. Verticaal komen orchideeŽn voor vanaf de kustgebieden tot hoog in de bergen, in de Himalaya zelfs tot 5000 meter.

Er zijn groepen die in verschillende (tropische) landen of continenten (pantropisch) voorkomen, maar andere komen alleen voor op ťťn eiland, ťťn land, of ťťn klein gebied (endemisch). Ongeveer 88 % van de soorten in AustraliŽ zijn endemisch; enkele hiervan groeien in een half woestijnklimaat zoals Pterostylis, Thelymitra en Caladenia soorten. De meeste soorten komen voor in de tropen. Reden voor de zeer grote verspreiding is dat orchideeŽn zich zeer snel kunnen aanpassen en het zaad stoffijn is waardoor de wind het ver mee kan nemen.

Als we dieper inzoomen op de geslachten en soorten, zien we dat er grote verschillen zijn in groei- en bloeivormen, in kleuren, groeiplaatsen, wijze van bestuiving enzovoort. Om voor deze verschillen een verklaring te geven zou het verhaal te lang worden, dus beperk ik me tot het noemen van een aantal extreme soorten.

Limodorum_abortivum_small[1]

Limodorum abortivum

Masdevallia_caesia_small[1]

Masdevallia caesia
Fot: Gab van Winkel

De grootste plant
Door de verschillen in groeivorm van orchideeŽn is het moeilijk de grootste plant te noemen. De zwaarste planten vinden we onder de bulbenvormers. Als de plant ouder wordt maakt hij meer bulben en wordt zwaarder. Er zijn orchideeŽn die meer dan 1000 kilo wegen. Omdat veel orchideeŽn met bulben in bomen groeien, zullen er zelden planten zijn die dit gewicht bereiken. Tot de grootste planten behoren Grammatophyllum-soorten. Deze worden niet alleen zwaar, ze kunnen ook enkele meters lang worden, zoals Grammatophyllum papuanum. Van Peristeria en Neomoorea kan een enkele bulbe tot een kilo zwaar worden. Kijken we naar het langste blad dan zijn er verschillende soorten die genoemd kunnen worden. Zo maakt Maxillaria batemanii een blad van 1,5 meter lang. Ook Bulbophyllum phalaenopsis en Phalaenopsis gigantea maken enorme bladeren. Ze zijn met 50 cm niet zo lang maar met een breedte van 20 cm wel het grootste qua oppervlakte. Onder de stengelbulbenvormers zitten soorten die wel 3 meter lang kunnen worden zoals Dendrobium anosmum

Neottia_nidus-avis_small[1]

Neottia nidus-avis

Paphiopedilum_hybride_small[1]

Paphiopedilum hybride

Platyrhiza_quadricolor_small[1]

Platyrhiza quadricolor

De kleinste plant
Deze zijn waarschijnlijk te vinden binnen de Pleurothallis-achtigen. Er zijn soorten met een blad dat maar 2mm groot is. Volwassen bloeiende planten hiervan passen gemakkelijk op een 10 eurocent muntstuk. Ook buiten deze groep zijn echte miniaturen te vinden zoals Zygostates en Platyrhiza.
 

Wel heel apart
Hieronder vallen natuurlijk veel orchideeŽn, maar sommigen zijn wel heel extreem. Er zijn orchideeŽn die helemaal geen bladeren hebben. Op boomtakken in de tropen groeien bijvoorbeeld Microcoelia en Chiloschista. Deze hebben het bladgroen, voor de aanmaak van bouwstoffen, in hun wortels zitten. In Europa heb je terrestrische soorten, bijvoorbeeld Limodorum (asperge-orchis) en Neottia nidus-avis (vogelnestorchis), die in symbiose leven met bodemschimmels. Deze schimmels leveren de bouwstoffen voor de plant om te groeien. Maar in AustraliŽ groeit een orchidee die geen bladgroen heeft en ook nog eens volledig onder de grond leeft: Rhizanthella gardneri. Ook deze soort leeft in symbiose met een schimmel. De bloem, volledig ondergronds, verspreidt een formalineachtige geur die bestuivers aantrekt, waarschijnlijk termieten.
 

De kleinste bloem
Grote bladeren en planten willen niet altijd zeggen dat er ook grote bloemen aankomen, en dit geldt ook voor hun kleine tegenhangers. Voor de plant zijn de bloemen de belangrijkste organen, hiermee moeten ze zich voortplanten. Dus is aandacht trekken een belangrijke zaak. Daarom zijn de bloemen van miniaturen vaak in verhouding groter dan van grote planten. Maar het overgrote deel van de miniaturen wordt bestoven door kruipende beestjes, dus hebben ze ook minibloemen. Veel Pleurothallis-achtigen hebben dan ook zeer kleine bloemen. Platystele stenostachya heeft wel een van de kleinste bloemen. Maar het kan kleiner, Ascochilopsis myosurus uit MaleisiŽ heeft waarschijnlijk de kleinste bloem, ongeveer 1 mm groot.
 

De grootste bloem
Dit is misschien wel het belangrijkste voor liefhebbers. Er wordt tegenwoordig veel gekruist met orchideeŽn om grotere bloemen te krijgen. Bloemen van Cattleya- en Paphiopedilum-hybriden zijn inmiddels onnatuurlijk groot. Een bloem van Phragmipedium caudatum, met petalen (bloembladen) van 70 cm lang of een bloem van Coryanthes bruchmuelleri met een gewicht van 100 gram, zijn wel door de natuur gevormd.
 

De geur
Dit is vaak een zeer persoonlijke aangelegenheid. Als ergens een Oncidium ornithorhynchum verschijnt dan zegt de ene helft dat hij ontzettend stinkt en de andere helft vindt hem erg lekker ruiken. Soorten die wel lekker ruiken zijn Trichoglottis putida, Encyclia tripunctata en Epidendrum nocturnum. Maar een bloeiende Masdevallia caesia of Bulbophyllum phalaenopsis hang je het liefst buiten de kas vanwege hun stank.

 

Al met al blijkt waarom orchideeŽn zo fascinerend zijn. Bijna elke soort heeft wel wat extreems waardoor het aantrekkelijk wordt voor liefhebbers om ermee aan de slag te gaan. Helaas kan het extreme ook de oorzaak zijn van het verdwijnen van soorten. Niet alleen door overmatig verzamelen in het wild (iedereen wil die ene extreme), maar ook doordat veel soorten zů precies zijn aangepast aan hun omgeving dat een kleine verstoring hiervan grote gevolgen heeft. Terwijl de planten het allemaal niet voor ons doen, maar voor hun bestuivers en om te overleven. Als we dat waarderen kunnen we nog lang van mooie, fascinerende en vooral extreme orchideeŽn blijven genieten.

Tekst: Joost Riksen

Foto’s: Joost Riksen, tenzij anders aangegeven

Zygostates_allenii_small[1]

Zyggostates allenii

 

Sophrolaeliacattleya_hybride_small[1]

Sophrolaeliocattleya hybride

Trichoglottis_putida_small[1]

Trichoglottis putida