Als orchideeŽnliefhebber droom je er natuurlijk van ooit eens in Ecuador rond te dwalen. Van de naar schatting tienduizend plantensoorten daar behoort ruim een kwart tot de orchideeŽn. En het is echt niet moeilijk om vanuit de bus zomaar allerlei soorten in de wegberm te spotten. En wandelend zijn ze helemaal niet te missen.

OrchideeŽn op 3000 m
Tijdens onze reis door Ecuador hebben we de ruÔnes van de oude Incastad Incapirca bekeken,
45 km noordoostelijk van Cuenca, op zo’n 3000 meter hoogte. Nu gaan we eens de omgeving verkennen. Het is december, zomer op het zuidelijk halfrond, windstil en 14 graden, maar droog. Hoewel het bewolkt is, geeft de meter een hoge lichtintensiteit van 60.000 Lux aan (ter vergelijking: een bewolkte dag bij ons, op zeeniveau en ver weg van de evenaar, levert 1000 tot 2000 Lux). Een smal pad loopt langs met struikgewas omzoomde kleine akkers. Verderop is een grijze rotsachtige helling bespikkeld met lichtgele bloemen. Wanneer we naderbij komen, blijken ze te behoren bij een forse Epidendrum. Prachtige hangende zachtgele bloemtrossen. Opvallend zijn de keiki’s die hun wortels stevig aan de hoofdstam hebben gehecht. Zulke planten moeten vele tientallen jaren oud zijn, schat ik. De ruwe steile rotsbodem oogt droog, maar de (korst)mossen zijn dat niet zodat je toch kunt uitglijden. De schaarse spleten zitten vol (korst)mossen, plantenresten, grassprietjes en andere kruiden die het verweringsmateriaal vasthouden en zo een zode vormen. Waar de rotsbodem verdwijnt in frisgroen struikgewas horen we een beekje kabbelen. Met de ogen dicht waan ik mij hoog in de Alpen…

Een wereld van uitersten
Veel bescheidener maar minstens net zo oud zijn een Pleurothallis en de matjes van Trichoceros muralis die we in de nabijheid aantreffen. Echte juweeltjes zijn het en zeer vitaal ogend op deze ogenschijnlijk schrale ondergrond. Ze moeten het doen met de mineralen uit het oergesteente die bij een regenbui in de spleten worden opgevangen en vastgelegd in de zode. De hoge lichtintensiteit geeft ze een rode kleur en een gedrongen uiterlijk. Op deze hoogte ontvangen de planten elke ochtend hun portie dauw en mist, dus aan vocht geen gebrek. Zelfs zou hier in juli (de winter) lichte nachtvorst kunnen optreden. Maar als vandaag de zon zou doorbreken, kan het op deze rotsbodem zeker meer dan 30 graden worden. Nu begint het echter te motregenen, tijd voor het regenjack. In het wisselvallige koel-gematigde klimaat van Nederland en Vlaanderen moet het niet moeilijk zijn deze planten buiten te kweken. Het probleem zit hem in de winters, als de planten naar binnen moeten. Hoe geef je ze dan de hoeveelheid licht die ze in de natuur ontvangen?

Met dank aan Harry Zelenko en Eric HŠgsater voor het op naam brengen van de Epidendrum.